zondag 19 december 2010

De dingen die blijven

Het is misschien geen nieuws, maar ik ben een groot fan van alles wat Italiaans is. Het begon waarschijnlijk met het eten, maar daarna is het land gevolgd, de taal, de mensen, de geuren en de muziek. En tenslotte de films. Ooit is het begonnen met de La Pivra (Octopus), een serie over de maffia in de jaren zeventig. Gefascineerd heb ik toen gekeken en ongeveer 2 jaar geleden op dvd aangeschaft. De serie lijkt gedateerd, maar de combinatie tussen romantiek en geweld lijkt nergens mooier in beeld te kunnen worden gebracht dan door Italianen. Zelfs in films als Il Divo over Andreotti speelt subtiel de romantiek een rol.

Mijn laatste aanwinst is Le cose che restano (de dingen die blijven), een vierdelige familieroman, waarin meerdere actuele onderwerpen langskomen; asielzoekers, homofilie, AIDS en Afghanistan. Daarnaast de aloude thema's als liefde en dood. Het is een prachtige rondreis door Italië van de 21e eeuw, waarin je wordt meegenomen in de levens van de zes leden van een familie en van elk van hen hun eenzaamheid voelt, hun vreugde en hun intense verdriet.

Net heb ik met tranen naar het laatste deel gekeken. Niet omdat het laatste deel is, maar omdat ik geraakt werd door de onmacht van mensen die elkaar liefhebben. Een onmacht die van alle tijden is. Le cosa che restano; de dingen die blijven.

zondag 12 december 2010

Parkeerwacht

Het is zaterdag en dus ga ik mijn wekelijkse boodschappen doen. Ondanks dat het lokale winkelcentrum slechts 1 kilometer van mijn huis is, stap ik toch in de auto. Het is eenvoudig; een week boodschappen hang je niet aan het stuur van je fiets. Na vijfhonderd meter sta ik stil voor de slagbomen van de spoorwegovergang. En net als de bomen open gaan, beginnen de lichten weer te knipperen en dalen ze weer. Ach, het is niet voor niets de drukste spoorbaan van Nederland.

Even later rij ik de provisorische parkeerplaats op bij het winkelcentrum. Het winkelcentrum wordt namelijk verbouwd en krijgt een ondergrondse parkeerplaats. Ja, in mijn dorp is een heus megalomaan project aan de gang. En dat is niet zo gek, want mijn dorp had het eerste overdekte winkelcentrum van Nederland. Niemand die dat weet, maar als kind was ik bij de opening en spoot de sinds jaren gesloopte fontein roze water en gingen meer dan tien luchtballonnen de lucht in. Maar nu is het tijd voor een grootscheepse verbouwing. Na jaren van besluiteloosheid in onze gemeenteraad is, vlak voor de economische crisis, de figuurlijke kogel door de kerk gegaan. Vele adviseurs zijn langsgekomen, waaronder een vriend van mij op wiens huwelijk ik ceremoniemeester was. De wereld is klein tenslotte.

Het is druk op de provisorische parkeerplaats. Ik moet wachten tot er een plekje vrijkomt. Ondertussen pak ik mijn parkeerschijf en draai het goede tijdstip voor. In een ooghoek zie ik twee forse mannen in blauwe jassen tussen de auto's lopen. Een van hen schrijft iets op in een boekje. Als een van hen zich met zijn rug naar mij toedraait, lees ik wat er op zijn rug staat: handhaving. Ik weet niet precies welke hand ze haven, maar volgens mij zijn het ordinaire parkeerwachten.

Ik wacht op een vrouw die erg langzaam haar boodschappen in haar auto doet. Kan dat niet sneller? Nee dus. Dan brengt ze haar karretje weg. Het duurt eindeloos. Ze stapt in haar auto. Maar nog duurt het minuten voor er beweging komt in deze Ford-Ka. Hè, hè, ze begint te rijden. Ik parkeer in de vrijgekomen plek en stap uit. En, wat ik nooit doe, ik stap af op de twee mannen in de blauwe jassen. 'Hoe duur is het eigenlijk?", vraag ik enigszins nonchalant. "Zestig euro", antwoord er een. "En we geven geen korting", voegt hij eraan toe. "Nee, dat snap ik", antwoord ik. "Je moest 's weten wat de mensen allemaal tegen ons zeggen", zegt zijn compaan. En, alsof de duvel ermee speelt, laat een vrouw van middelbare leeftijd een tirade van scheldwoorden op de beide heren neerdalen. Ze heeft blijbaar een geel briefje onder haar ruitenwisser gevonden. Een van de blauwbejaste heren mompelt iets terug. De ander spreekt hem vermanend toe: "Niet reageren". De vrouw scheldt vrolijk door. Ze is niet blij en de wereld mag het weten.

Parkeerwacht is waarschijnlijk niet een baan waar je als kind van droomt. Het wekt agressie op bij ogenschijnlijk timide burgers. De mannen in de blauwe jassen weten dat en stellen er zich op in. Sterker nog, als iemand eens aardig is, vertrouwen ze deze persoon van geen meter. Ik hoop dat ze een leuke vrouw thuis hebben die wel aardig is tegen ze. Maar nu moet ik boodschappen gaan doen.

maandag 6 december 2010

Muziek en vrienden (19)

18. So close to my heart – Dar Williams



Na vele jaren ben ik weer eens in Vredenburg in Utrecht. Het is halverwege de middag en ik bezoek, samen met Adri en Linda, het Blue Highway’s Festival. Dit is een jaarlijks muziekfestival met bands en zangers die vooral Americana muziek spelen. Als we het programma bekijken, kennen we geen van de artiesten en dat maakt het wel bijzonder. Een muzikale ontdekkingsreis.

We beginnen goedgemutst aan de lange dag voor ons. Soms is het heel aardig, soms is het dramatisch. Maar de sfeer in Vredenburg is plezierig. Niet teveel mensen en je kunt de verschillende zalen makkelijk in. Rond half zes lopen we even naar buiten om in een eetcafé in de buurt wat te eten. Daarna terug en vallen we met onze neus in de boter. Een zangeres betreedt met haar band het podium. Ze heet Dar Williams en ze blijkt de sterren van de hemel te zingen. Het is een combinatie van folkmuziek en rockmuziek en dat maakt het, in mijn oren, de meest geweldige combi. Tijdens het concert loop ik even de zaal uit en koop bij de vele muziekstalletjes meteen een cd van Dar Williams. Dan weer terug de zaal in. Ook Adri en Linda zijn zeer onder de indruk. Dit is echt een ontdekking! Een van de mooiste nummers van haar is ‘So close to my heart’, een prachtige ballade.
Een meer up-tempo nummer is 'It's alright', een nummer dat we als band met plezier spelen.


donderdag 18 november 2010

Rancuneus boek

Een van mijn wensen is ooit een boek te schrijven. Dat is er nog niet van gekomen en de tijd begint aardig te dringen. Een aantal jaren geleden heb ik eens een poging gedaan tijdens een sabatical die ik had opgenomen. Dagen zat ik voor het beeldscherm, maar er verschenen erg weinig letters. Waarover moet je schrijven? Over je werk? Maar dat is best lastig, want over een paar maanden loop ik weer tussen mijn collega's. Over mijn vakanties? Ach, dat is toch ook niet echt spectaculair. Fictie? Tja, ik heb weliswaar een levendige fantasie, maar of dat vol te houden is? Kortom, er is nog geen boek.

Soms word je geattendeerd op anderen die wel een boek produceren. Een ex-collega nota bene. En die ook nog over je werk schrijft. Dat moet welhaast interessant zijn. Via internet zijn al enkele delen uit het boek te lezen. Het begint heerlijk tendentieus. Over de misstanden in de bedrijfstak, over misstanden bij de overkoepelende organisatie, over slinkse mensen die ooit linkse mensen waren. Het blijft helaas ook tendentieus. In elke zin staat wel een sneer richting mensen en organisaties. Het lijkt wel meer een pamflet dan een boek.

Wie is de schrijver ook alweer? O ja, een collega die ontslagen is. Waarom weet ik niet meer precies, maar ik hoorde dat hij het begrip collegialiteit op een bijzondere manier opvatte. Vervolgens ging hij elders in de bedrijfstak werken en ook daar was de baan tijdelijk. Zou dat de ware reden zijn van het boek. Een afrekening met zijn vorige werkgevers? Dat kunnen soms de leukste boeken zijn, maar dan is humor wel meegenomen. En die ontbreekt in de stukken die ik tot nu toe heb gelezen. Het is vooral rancune dat uit de regels opstijgt. Jammer. Een gemiste kans. En enige zelfreflectie was ook leuk geweest. Had hij niet jaren geld verdiend bij de bedrijven die hij nu probeert weg te zetten als louche winstjagers? Had hij niet leuk meegeprofiteerd van de snoepreisjes waar hij nu schande van spreekt? Rancune kan een mooie drijfveer zijn als je terecht onterecht behandeld bent. Maar het is wat wanhopig wanneer je er nu nog geld aan wilt verdienen via een boek.

Nee, ik noem de titel en schrijver niet, want voor dit type boeken maak ik geen reclame. En mijn boek komt er ooit ook nog wel. Sans rancune.

woensdag 17 november 2010

Muziek en vrienden (18)

17. Four seasons in one day – Crowded House

Ik ben met Vincent en Pauline in Vredenburg in Utrecht. Jeroen was te ziek om te gaan en dus is zijn jongere broer mee. We zijn vroeg en vinden een prima plek op een van de eerste rijen van de tribune. Op de bühne staat de band Crowded House, een combi van Australische en Nieuw Zeelandse musici. Een band met een uniek geluid, zeer melodisch en met vage verwijzingen naar The Beatles. Je kan natuurlijk ook gewoon zeggen dat het mooie muziek is. Het gekke is dat ik me van dit concert weinig kan herinneren, behalve dat het mooi was. En misschien is dat wel het grootste compliment dat je een band kunt maken.
Na dat concert heb ik jaren geen bijzondere band met deze groep opgebouwd, tot het moment dat ik 2005 naar Australië en Nieuw Zeeland vertrok. Vooral in dit laatste land kreeg de muziek een diepere betekenis. Als je in je campervan dwars door dit land trekt, met overal prachtige natuur om je heen, begrijp je iets beter waarom de muziek van Crowded House mooi is. Vanzelfsprekend heb ik daarom veel nummers van deze band gebruikt als achtergrond bij de filmbeelden van deze unieke reis. En heeft het nummer ‘ Four seasons in one day’ de meeste betekenis gekregen. Niet alleen omdat het soms voorkomt in Nieuw Zeeland – en dat gebeurt soms – maar ook omdat het voor mij herinneringen geeft aan Pauline. Vlak voor deze reis kreeg zij te horen dat ze ongeneeslijk ziek was. Een boodschap waar ik tijdens die twee maanden, elke dag even bij stilgestaan heb. Ook omdat ik weet dat zij dit nummer erg mooi vond. En dus is Crowded House mijn verbinding met Pauline, zodra ik het nummer zing of hoor.

zaterdag 6 november 2010

Zuid Afrika 1996 (slot)

Slotakkoord

Na bijna zeven maanden terug naar Nederland, een onwezenlijke gedachte. In zeven maanden ook zeven bulletins geschreven voor het comité-vrienden-van-Rob, een ondertussen illuster gezelschap van vele tientallen mensen. Nu dan dus de laatste. Tijd dus ook om jullie te bedanken en met name degenen die de moeite hebben genomen om post en email te sturen of soms zelfs de telefoon te pakken. Zonder iemand te kort te willen doen wil ik met name Erik-Jan, Yves, Inge, Henk, Inge, Petra, Paul, Erik, Alfred en de collega’s van de bibliotheek, O&O en FEA bedanken.
Verder denk ik met plezier terug aan de ontmoetingen met Dick, Renée Nico, Jeanne, Johan, Willy en Marijke in Zuid-Afrika.
In deze lange rij van namen van collega’s ben ik er een vergeten. Ik heb zeven maanden met hem opgetrokken, gewerkt, gegeten, gelachen en gediscussieerd. Hij heeft de zeldzame kwaliteit altijd zichzelf te zijn en zijn mening te durven geven. Bedankt daarvoor Arie!
In deze zeven maanden heb ik in Zuid-Afrika met uiterst plezierige mensen kennisgemaakt. Ondanks dat het een lange rij van namen is wil ik ze toch noemen: Xola, Anesh, Peter en de andere collega’s van Planact, Fonny, Geert en Chris van Condev en Malcolm en Benoit van CRIAA. Mijn respect en dank gaat echter bovenal uit naar de mensen in Wattville: Vincent, Gladys, Sandile, Musa, Buti, Phumi, Justice en naar al die voor mij naamloze inwoners van Wattville en Tamboville die mij het besef hebben gegeven waar het in het leven werkelijk om gaat.
Misschien wordt mijn gevoel nog het beste uitgedrukt door het volgende Xhosa gezegde:
“Ubuntu ungamntu ngabanye abantu”.
Dit betekent in het Nederlands:
Mensen
Zijn mensen
Door andere mensen
In Zuid-Afrika ben ik pas echt gaan beseffen dat je pas een mens bent wanneer je rekening houdt met andere mensen.
Met plezier kijk ik terug op deze periode. Met plezier kijk ik ook vooruit. Met heel veel plezier heb ik deze bulletins geschreven, misschien wel meer voor mezelf dan voor jullie. Ik ben trots op mijn naam “Jabulani” en ik kijk er naar uit jullie weer te zien.
Zo ver weg en toch zo dichtbij, levend in één grote LAT-relatie, soms gezien te worden als baas boven baas, misschien nog steeds halverwege het begin, maar vasthoudend aan de droom en engelen van mensen te hebben ontmoet.
Vol “Thabo” en “Mandla”,
Rob

woensdag 27 oktober 2010

Zuid Afrika 1996 (38)

De wondere wereld van Zuid-Afrika

“Het is een gek land. Corrupte politici, een angstig makende gewelddadigheid en een mentaliteit waar een Calvinistisch opgevoede Nederlander moedeloos van wordt. Anderzijds sta je elke dag weer verbaasd van de levenslust van mensen, de wonderbaarlijke mix van nationaliteiten, rassen en culturen en het hoopgevende doorzettingsvermogen van de allerarmsten. Om eerlijk te zijn weet ik na zeven maanden nog steeds niet wat van Zuid-Afrika te moeten denken.”
Een interview met Rob is een mengeling van wonderlijke ervaringen die hij tijdens de zeven maanden in Zuid-Afrika heeft opgedaan. Alhoewel hij een financiële achtergrond heeft, geeft hij in zijn verhaal blijk dat hij eigenlijk meer is geïnteresseerd in mensen.
Wat was je mening over Zuid-Afrika voordat je hier in maart arriveerde?
Ik had me eigenlijk bewust geen mening gevormd. Toch heb ik mezelf regelmatig betrapt op het feit dat je in dit land in zwart en wit denkt. Dat is overigens niet zo gek wanneer je beseft dat er nog zo’n duidelijke scheiding tussen beide groepen is, zowel in het werk als in het wonen. Het vervelende is echter dat je het normaal gaat vinden en dat wanneer blanken en zwarten “gewoon” met elkaar omgaan, je dat gewone als bijzonder beschouwd.
Je kwam hier om de eerste woningcorporatie te assisteren. Is dat ook gelukt?
Assisteren is misschien wel het goede woord. Het is moeilijk om te bepalen of je iets hebt bereikt. Je moet allereerst wennen aan de cultuur, en dat went nooit echt, en vervolgens binnen die cultuur proberen gezamenlijk ideeën te ontwikkelen en uit te voeren. Een moeizaam proces waarbij de “successen” vaak relatief zijn. Het grootste probleem is aan mensen duidelijk te maken wat een woningcorporatie in Zuid-Afrika zou kunnen zijn.
Zou je een normale werkdag kunnen beschrijven?
Van de 214 dagen die ik hier mocht verblijven is er één normale werkdag geweest. Ik weet niet meer precies welke. Met andere woorden, elke dag is hier normaal en was voor mij soms abnormaal en vice versa.
Laat ik het dan anders formuleren. Welke eigenschappen heb je nodig om hier te kunnen werken?
Relativeringsvermogen, geduld, flexibiliteit, doorzettingsvermogen en humor. Kortom, allemaal zaken die je in elke advertentie voor een vacature vindt en waarover ik vanzelfsprekend in ruime mate beschik. Misschien dat geduld nog wel de belangrijkste eigenschap moet zijn.
Hoe beviel de samenwerking met je collega en je formele baas Arie?
Aangezien dit in Nederland wordt gepubliceerd kan ik niet anders dan beweren dat de samenwerking prima was en is. Dit is mijn antwoord voor de buitenwereld. Mijn echte antwoord is dat we prima hebben samengewerkt. Onze ideeën over wat er zou moeten gebeuren verschillen weinig. Het enige verschil dat we hebben is over het tempo waarin zaken moeten gebeuren. Dat heeft ook te maken met een verschil in karakter. Daarnaast heeft Arie veel meer ervaring wanneer er politieke motieven meespelen. Ik heb op dat gebied zeer veel van hem geleerd.
Uit je bulletins blijkt soms dat je je de afgelopen maanden eenzaam hebt gevoeld. Is dat ook zo?
Ja en nee. Toen ik hier naar toeging voor een periode van zeven maanden heb ik mij bewust voorgenomen om meer aandacht te schenken aan het onderhouden van de relaties in Nederland dan het opbouwen van sociale contacten hier. Dat was wellicht anders geweest wanneer ik hier voor langere tijd naar toe was gegaan. Daarnaast nodigt Johannesburg niet echt uit tot ‘s avonds uitgaan.
Dat de bulletins die indruk geven heeft mede te maken met het feit dat het veel leuker is om over ellendige dingen dan over leuke dingen te schrijven. Daarom gaf het bulletin over criminaliteit mij ook de meeste voldoening om te schrijven.
Vaak hoor je van mensen de opmerking: “Je moet er geweest zijn om er over te kunnen oordelen.” Geldt dat ook voor Zuid-Afrika?
Nee, dat geldt volgens mij niet. Ik zou het namelijk sterker willen formuleren. Het klinkt misschien arrogant maar ik denk dat je er moet hebben gewerkt voordat je er over kan oordelen. Gesprekken met mensen en townships bezoeken is belangrijk, maar wanneer je hier werkt besef je pas werkelijk hoe een land en een cultuur in elkaar steken. Zuid-Afrika wekt soms de indruk van een goed georganiseerd land, soms weer van de volslagen anarchie. Pas als je hier een tijd hebt gewerkt weet je een beetje hoe mensen, gemeenschappen en organisaties met elkaar omgaan.
Kun je daarover iets duidelijker zijn?
Duidelijk zijn over een situatie die zweeft tussen orde en wanorde is moeilijk. Ik denk dat veel te maken heeft met de huidige politieke situatie in dit land. De huidige politieke leiders zijn de verzetsstrijders van een paar jaar geleden. Al eerder heb ik geschreven dat het niet eenvoudig is om te schakelen van strijder tegen de belabberde woontoestanden naar verantwoordelijk zijn voor de woontoestanden. Daarin maken politici soms gruwelijke fouten. Daarnaast geldt dat zowel de blanke als de zwarte bevolking moet wennen aan hun nieuwe status. De geest van de apartheid waart nog rond en zo lang dat het geval is, zullen vele zaken worden getolereerd. Anderzijds neemt de druk vanuit het buitenland toe om een veel zakelijker aanpak te kiezen. Dat betekent dat men hinkt op twee gedachten. Het is heel duidelijk te merken bij het volkshuisvestingsbeleid. Als je als overheid enerzijds vindt dat huisvesting een sociaal goed is, maar anderzijds vindt dat de markt de woningen moet produceren via een democratisch proces, dan weet je dat zaken spaak lopen. Dat merk je pas aan den lijve als je hier werkt.
Met welk gevoel ga je nu weg uit Zuid-Afrika?
Met een heel dubbel gevoel. En dat gevoel wordt alleen maar sterker nu het moment van vertrek dichterbij komt. Ik verheug mij op het zien van vrienden, familie en collega’s. Het in de kroeg een biertje drinken, de Amsterdamse humor en de wetenschap dat ik terug ga naar een land waar ik me veilig en vertrouwd voel.
Ik verlaat echter met weemoed dit land. Het feit dat ik niet de mogelijkheid heb gehad om meer te doen voor de mensen in Wattville is daarbij het belangrijkste. Ik heb verschrikkelijk veel geleerd, veel unieke mensen ontmoet en een grote verscheidenheid aan ervaringen opgedaan. Het meest triest word ik echter van het feit dat ik mensen achterlaat die letterlijk hun hoop op mijn aanwezigheid hebben gevestigd. Mensen waar ik veel van heb geleerd. Hun levensvreugd, hun doorzettingsvermogen en hun saamhorigheid zijn om stil van te worden. Wat hebben wij Nederlanders dan toch afgeleerd om onze emoties te tonen. De opofferingsgezindheid en het klaar staan voor anderen is soms verbijsterend. Mijn respect voor de mensen in Wattville is groot, zeker wanneer je bedenkt dat men niet in wrok omkijkt naar het verleden, maar samen met de blanke bevolking aan de toekomst wil werken. Ik zal dit land en haar mensen zeer missen.
Wat zijn nu je toekomstplannen?
Ik heb daar wel ideeën over, maar dat zal mede afhangen van de organisatie waar ik voor werk. Het bedrijf heeft me deze unieke kans geboden en ik zou graag mijn opgedane ervaringen verder willen gebruiken. Hoe en op welke manier weet ik nog niet, maar voor mij eindigt Zuid-Afrika niet op Schiphol.