zondag 4 mei 2014

De honderdste Luik-Bastenaken-Luik

Het begint ondertussen een traditie te worden. Voor het derde jaar bezoeken we een klassieker. Na de Ronde en Parijs-Roubaix kon dit jaar de keus niet anders zijn dan Luik-Bastenaken-Luik. Of LBL, zoals de kenners deze koers noemen. Opgetogen rijden we op zaterdag naar het zuiden en parkeren de auto in het centrum van Luik. Deze voorheen grauwe stad is de afgelopen jaren enorm opgeknapt en het centrum ziet er fris en uitnodigend uit. We lopen in een waterig zonnetje naar een terras om te lunchen en onze eerste biertjes te proeven. We proberen de Luikse gehaktballen met frites, een lokale lekkernij. En ze smaken prima! Ondertussen zien we een aantal bussen van de wielerploegen langsrijden het grote plein op.
Na de lunch lopen ook wij het plein op. Een Nederlandse vertelt dat in het paleis de ploegenpresentatie is. Het is inderdaad druk voor het paleis en wij lopen via een van de poorten het binnenplein op. Daar staat een grote tent. Ondertussen loopt een aantal renners door het publiek weer naar buiten. We zien Tom Dumoulin, althans het moet hem zijn. Maar hij veel kleiner en magerder dan we ons voorstellen. Het valt ons trouwens op dat de meeste renners nu ze niet op een fiets zitten, zo klein en tenger zijn.
We lopen de tent in, waar veel volk staat. Op het podium worden de verschillende ploegen voorgesteld, met korte interrupties van een bandje die probeert toepasselijke muziek te spelen. Zo horen we 'Kakalienka' voordat de ploeg van Katusha het schavot bestijgt. Nadat een ploeg is voorgesteld, lopen de renners door het publiek weer richting de bus, onderweg veel tijd nemend om handtekeningen te zetten en gewillig op de foto te gaan. We zien de grote favorieten voor morgen vlak langs ons heen lopen; Valverde en Nibali. Het gaat allemaal zeer gemoedelijk.

Ik loop vast naar buiten, want het is binnen warm. Daar zie ik Raymond Kerkhoffs met een geïmproviseerde camera korte interviews afnemen. Maarten Ducrot passeert en babbelt wat met Frans Maassen van de Belkinploeg. De laatste bussen rijden weg en wij lopen richting de parkeergarage.

Het is rond vijf uur als we in Stavelot aankomen. De rest van de dag brengen we door op het terras, want de zon schijnt nog steeds en dus mag een biertje niet ontbreken. Rond half acht gaan we richting ons restaurant. Een chique tent, dat zien we al aan de buitenkant. En ook binnen is het chique. We mogen in de lounge gaan zitten en nemen een aperatief van huis, een fraaie cocktail met iets te veel verschillende dranken om te onthouden. Ondertussen komen de eerste amuses door. Ach, dit wordt wel smakelijk eten vanavond. We hebben een menu besteld en het smaakt allemaal voortreffelijk. Lekkere vis, een rabarberspoom, lekkere asperges, een mals stukje vlees. En soepele wijnen. Kortom, erg lekker. Ons hotel is slechts 200 meter verder, dus ook dat is prima.

Bij het ontbijt treffen we een Vlaams echtpaar dat al vroeg vertrekt richting La Redoute om hun held Philip Gilbert aan te moedigen. Wij genieten rustig van onze eerste uren deze dag. We lopen het dorp in en zoeken vast naar een goede plek om vanmiddag naar de koers te kijken. Bijna niets in het dorp wijst erop dat straks een circus van vele motoren, auto's en bijna 200 wielrenners door het dorpje heen jagen. Hier en daar staan wat verkeersborden dat je vanmiddag niet mag parkeren, op een kleine binnenplaats nabij de brug worden de eerste worstjes op de barbecue gelegd. Verder is het deze zondagmorgen rustig.

We gaan naar de Abdij van Stavelot, een imposant rood gebouw, waar drie musea zijn gehuisvest. We zijn vooral geïnteresseerd in de expositie over de 1e Wereldoorlog. Die is aardig, maar niet bijzonder. Veel uitleg aan de hand van striptekeningen in het Frans. Daarna lopen we naar de catacomben, waar veel raceauto's staan en uitleg over het nabijgelegen circuit van Francorchamps. Het ziet er wat armoedig uit en we lopen er vluchtig doorheen. Misschien komt het omdat we hier voor het wielrennen zijn en we eigenlijk niet kunnen wachten om de koers te beleven.

We lunchen buiten in de zon. Het wordt wat drukker nu. De verzorgers van Sky en later ook Belkin zitten op een terras verder ook te lunchen. Er worden nu ook dranghekken geplaatst. De eerste fans lopen langs met grote vlaggen. Rond half twee lopen we naar de brug bij de rivier. Daar is het begin van de Stockeu, de steilste klim in de wedstrijd. De renners komen hier twee keer langs. Eerst als ze van de Wanne afkomen en rechts de Stockeu opdraaien. Vervolgens als ze na de klim via de afdaling met hoge snelheid over de brug het dorp in gaan en daarna aan de Haute Levee beginnen. Het is een mooie plek om te staan. Er zijn aardig wat mensen, maar het is erg gemoedelijk. Jong en oud staan door elkaar.


Eindelijk ontstaat er enige reuring. De reclamecaravaan arriveert luid toeterend en gooit haar prullaria door de ramen naar buiten. Dan is er weer stilte. Soms passeren nog toerfietsers die moeizaam naar boven klimmen. Twee op stelten staande figuren lopen de Stockeu omhoog. Het zijn de Blance Moussis, de carnavalsfiguren van Stavelot. 

Dan is er weer getoeter. Grote mannen op motoren komen er nu aan. Achterop zitten fotografen die hier afstappen om hun foto's te nemen. Ook een materiaalman van Europcar wordt hier met een voor- en achterwiel geposteerd. En dan, eindelijk, de eerste renners. Een kopgroep van vijf renners, met Bono van Lampre op kop. 
Ze slaan rechtsaf de Stockeu op, gevolgd door de televisiemotor. Even later volgt de zesde renner van de kopgroep, die blijkbaar op de Wanne heeft moeten lossen.

Bijna vijf minuten later zien we de kopgroep weer, nu afdalend. Het duurt nog even, maar dan verschijnen de helicopters boven Stavelot. Het peleton arriveert. Een aantal kopmannen zit al van voren. De wereldkampioen, Valverde, Voeckler en Tom Jelte Slagter zijn een van de eersten. 
Het is een imposant gezicht, maar ook het geluid is bijzonder. Piepende remmen, terugschakelende derrailleurs, een band die piepend leegloopt, zoevende spaken en schreeuwende en klappende supporters. Met gebogen ruggen beginnen ze aan de klim. Een renner van Sky legt zijn ketting weer op de fiets en de materiaalwagens volgen.

De renners hebben al bijna 170 kilometer afgelegd en sommigen zitten nu al ver achterin. Een aantal stapt hier af en houden het voor gezien. Dat geldt tot onze verbazing ook voor Thomas Dekker, die vlak voor onze neus in de remmen knijpt. Later lezen we dat hij maagklachten had. Jammer toch dat de comeback van deze renner zo moeizaam verloopt.
De wedstrijd gaat door. We zien het peloton in gezwinde draf naar beneden komen en over de brug rijden. We wachten tot de laatste auto's voorbij zijn en lopen ook de brug over het dorp in. De dranghekken worden al weggehaald als wij een café inlopen om de koers verder te volgen. Het is een wedstrijd zoals te verwachten viel. De verschillen tussen de kopmannen zijn te klein en niemand durft aan te vallen tot aan de laatste heuvel. Pas in de straten van Ans komt het gevecht waarop we wachten. Het is ongelooflijk spannend. De winnaar van vorig jaar Dean Martin komt nog heel dichtbij, maar gaat onderuit in de laatste bocht. Een meelijwekkend gejoel stijgt op in de kroeg. Een renner maakt zich los en wint, maar niemand weet wie het is. Overal om ons heen horen we: 'Wie, Qui?' Uiteindelijk blijkt de Australiër Gerrants deze 100e Luik-Bastenaken-Luik op zijn conto te hebben geschreven. Wij nemen nog een slok van ons bier en rijden een kwartier later weer in de auto terug naar Nederland. Dat was weer een mooie klassieker!

donderdag 23 januari 2014

Hoe hard is te hard

Het is doodgewone woensdag. Ik doe mijn werk. 's Ochtends aan de keukentafel in huis en na de lunch rij ik richting Den Haag voor een vergadering op kantoor. Ik heb geen haast en de weg is rustig, zoals dat hoort op dit tijdstip. Ik rij langs de Zuidas en sla af richting Schiphol. Voor de tunnel zie ik rechts van de weg op de vluchtstrook een auto staan met daarvoor de motor van de politie. Ach, zeker te hard gereden.
Mijn cruise control staat op 103 kilometer als ik de tunnel inrij. Ongeveer een kilometer na de tunnel tip ik de toetsen van de cruise control een paar keer aan en rij nu 123 kilometer op de teller. De zon prikt voorzichtig door de wolken.

Bij de afslag Hoofddorp gaat mijn linkerhand weer naar de toets en even later rij ik 130 kilometer per uur. Ik kijk even in mijn spiegel en zie in de verte een motor naderen. Verdomd, het is die motoragent van net. Ik besteed er weinig aandacht aan. Als ik even later weer in mijn spiegel kijk, zie ik dat hij vlak achter mij rijdt. Prima, ik rij de toegestane snelheid. De agent rijdt nu naast me. En hij blijft naast me rijden. Ik voel een lichte irritatie opkomen. Rij toch door, man. Zodadelijk moet ik nog afremmen omdat ik niet naar links kan. Ach, hij mindert vaart en ik kan naar links, zodat ik de auto voor me kan inhalen. Na het inhalen ga ik weer naar links. En verdomd, de agent rijdt weer naast me. Wat moet hij toch?
Juist op dat moment gaat hij voor me rijden en flits het blauwe licht achter op de motor aan. Met zijn rechterarm maakt hij het gebaar dat ik naar rechts moet en hem moet volgen. Dat meen je niet! In mijn hoofd flitst even de gedachte of ik al mijn papieren wel bij me heb. Heb ik mijn nieuwe groene kaart al bij me gestoken? Nou ja, ik merk het wel.



We rijden de afslag richting Lisse op. Ik ben benieuwd waar ik nu stil kom te staan. Vlak voor het stoplicht komt de agent naast me rijden en zegt, als ik mijn raam naar beneden heb gedaan, dat ik hier aan de kant moet gaan staan. Hij parkeert de motor achter mijn auto en loopt naar de rechterkant van de auto. Ik laat het raam zakken.
"Goedemiddag meneer, beseft u dat u kilometers te hard heeft gereden?" Ik ben stom verbaasd en zeg dat ik me dat niet besefte. “Sterker nog, ik heb de hele tijd mijn cruise control aan gehad. Kijk maar, die staat op 131 kilometer.” “Dat klopt niet meneer. U reed structureel 10 kilometer te hard vanaf de Schipholtunnel.” “Dat snap ik echt niet. Ik rij keurig de aangegeven snelheden, ook volgens mijn teller.” “Dan is wellicht uw boardcomputer stuk, want mijn teller op de motor is geijkt.” We kijken elkaar met enige verbazing aan. Dit is wel een heel vreemde situatie. Ik zeg dat ik me echt van geen kwaad bewust ben en dat ik overmorgen het zal doorgeven aan de garage, waar de auto voor beurt naar toe moet. De agent probeert het nog een keer. “Bent u zich ervan bewust dat hier regelmatig wordt geflitst? Als u zo rijdt, dan kunt u forse bekeuringen oplopen.” “Nou ik rij hier regelmatig en heb hier nog nooit een bekeuring opgelopen, want ik hou me aan de snelheidslimiet.” De agent zijn repertoire raakt op en spreekt de beroemde zin: “Ik geef u dit keer geen boete, maar de volgende keer komt u er niet zo makkelijk van af.” Ik bedank hem vriendelijk. Vervolgens geeft de agent aan hoe ik, tegen de verkeersregels in, weer op de snelweg richting Den Haag kan komen. Ik groet hem en rij weg, maar begin toch te twijfelen over mijn cruise control en snelheidsmeter.
 
Als ik later die middag weer terug naar huis rij, check ik via mijn iPhone hoe hard ik werkelijk rij. Dat blijkt circa 5 kilometer langzamer te zijn dan dat mijn cruise control aangeeft. Dan moet er dus iets met de agent of zijn motor zijn geweest, dat hij dacht dat ik te hard reed. Hoe hard is te hard tenslotte?

dinsdag 9 april 2013

Twee dagen in de Hel van het Noorden (2)

Mijn vorige bericht eindigde met de zinsnede dat elk jaar de renners duizenden doden sterven in de Hel van het Noorden. Als bewijs twee prachtige filmpjes.







En ja, ik ben in beeld in filmpje twee (rond seconde 30).

maandag 8 april 2013

Twee dagen in de hel van het noorden

De kou hangt nog in de lucht, maar voorzichtig probeert de zon haar eerste krachten uit om deze eindelijk te verdrijven. Wij rijden naar het zuiden, op weg naar de Hel van het Noorden. Het is zaterdag 6 april 2013 en ons doel is Ieper, de kleine Vlaamse stad die diepverscholen in de Westhoek van België ligt. Het land oogt nog bruin en dor tussen de licht glooiende heuvels. Als we de Grote Markt oprijden, zien we de imposante Lakenhal fier het plein domineren. Wij parkeren de auto in een zijstraat en lopen naar het centrum. Eerst maar eens de vochtbalans herstellen na een lange rit in een mooi klein café op de markt. Ons plan om het museum In Flanders Fields te bezoeken eindigt na de laatste slok uit ons eerste glas. Na nog een biertje trekken we toch naar buiten en lopen richting de Menenpoort. Dit is het symbool van de strijd die rondom Ieper bijna honderd jaar geleden plaatsvond. In de Grote Oorlog lieten vele jonge mannen uit verre windstreken hun leven en lichaam achter op de Vlaamse akkers. 

De namen van de soldaten uit de Britse Gemenebest staan gegrift op honderden panelen binnen en buiten de Menenpoort. Het is indrukwekkend om te zien. Van een klein regiment Sihks tot honderden Australiërs. Verder staan de namen van Canadezen en Nieuw-Zeelanders. En talloze Engelsen. En dan vergeten we de duizenden naamlozen die hier hun jeugd beëindigden.

We rijden de stad uit richting Diksmuide, zo'n half uur verder. Op de IJzerdijk passeren we de megalomane IJzertoren, die in bijna fascistische architectuur de oorlog herdenkt. We rijden verder langs de rivier de IJzer en komen uiteindelijk bij de Dodengang. Helaas is het museum al dicht, maar we lopen langs de dijk en kijken neer op een klein segment van de loopgraven, waarin vier jaar lang Belgische troepen probeerden een stuk grond op de Duitsers te veroveren. Vele sneuvelden en gaven hun naam aan deze plek. Het is er nu stil en verlaten en ook daarom ook bijna niet te bevatten dat hier vier jaar lang is gevochten met de vijand aan de overkant van de rivier. Het vooruitzicht van een zekere dood zal voor sommigen wellicht als een bevrijding hebben gegolden.

Het is 7 april en de lucht is blauw als ik op het balkon van ons hotel in Lille langzaam wakker wordt. Wanneer een paar honderd kilometer verder het startschot klinkt van een van de beroemste wielerklassiekers, rijden wij door de stad richting de finishplaats, Roubaix. Het navigatiesysteem leidt ons over de laatste kilometers richting het Velodrome. We parkeren de auto en lopen over de laatste kasseistrook, die hier keurig en gelijkmatig onder onze voeten ligt. Tussen de kasseien liggen de gedenkstenen aan alle winnaars van Parijs-Roubaix. We zien Fausto Coppi, Museeuw, Peter Post, Jan Raas, Hennie Kuiper en Servaas Knaven. Flarden van televisiebeelden uit mijn jeugd komen terug van heroïsche strijd in de modder of het stof.

 







We lopen onder het vod van de laatste kilometer richting het Velodrome. Bij de baan worden we even tegengehouden omdat we geen accreditatie hebben, maar gelukkig mogen we toch even een paar foto's schieten van het kleine stadion. De geluidsinstallatie wordt getest en de bekers voor de winnaars worden naar het middenterrein gebracht. Het is nog rustig hier en we lopen naar het clubhuis van de lokale wielerclub. Boven de bar hangen de namen en jaartallen van de winnaars. Aan de wanden prachtige foto's. De eersten happen in hun eerste bier van de dag. Wij lopen terug naar de auto.

Bijna zeventig kilometer verder ligt Quérénaing, een klein plaatsje tegen de Belgische grens. De route naar het dorp is afgesloten, maar een bereidwillige politieman geeft aan hoe we toch bij het parcours kunnen komen. Via Artres en smalle kasseiwegen bereiken het dorp. We parkeren de auto op een boerenpad langs het prikkeldraad en lopen richting Secteur 21, een driesterren strook van 2,5 kilometer. In de verte zien we een helicopter.
Net buiten het dorp beginnen de kasseien, een smalle weg waarin de tractoren twee lichte groeven hebben gereden. De weg loopt licht naar beneden en daarna weer langzaam omhoog richting de top van de volgende heuvel. We gaan op het laagste punt staan. Even later stoppen drie motoren voor onze neus, waaronder een cameraploeg van de NOS. We vragen of zij nieuws uit de koers hebben. Er blijken vier man voorop te liggen met een kleine voorsprong. Raymond ziet even later op een heuvel in de verte het langgerekte peleton richting Quérénaing komen. Voor ons passeren de eerste auto van de verschillende ploegen, ons bedekkend met opstuivend stof.


Dan is het zover. De kopgroep komt eraan. Ik heb mijn camera in de aanslag. Even later passeert een langgerekt peleton. Nu al staan de gezichten strak. Het publiek applaudiseert. En dan volgen de ploegauto's. Een halve minuut later nog meer renners, nu al gelost na 130 kilometer en nog 120 kilometer te gaan. Weer later nog meer renners, vooral van Euskatel. Deze lichtgewicht Basken stuiteren over deze veel te ruwe ondergrond die alleen door zware, met klei grootgeworden spierbundels overmeesterd kunnen worden.



In Valenciennes parkeren we de auto op het centrale plein. In het café nemen we plaats voor het televisiescherm en bestellen onze lunch en frambozenbier. Nog 80 kilometer koers. We genieten met volle teugen. De wedstrijd is prachtig, met hoofdrollen voor de Nederlanders Boom, Langeveld en Terpstra. Maar dan geeft Fabian Cancellara gas. Onze vaderlanders bijten slechts stof. Uiteindelijk is alleen Sep van Marcke in staat partij te bieden. Ze bereiken Hem en rijden de laatste kasseistrook op. De stenen waar wij vanochtend nog overheen liepen. Ze nemen de bocht naar het stadion en nemen het roemruchte 'hupje' de wielerbaan op. Een fascinerende sprint volgt, met de machtige Beer uit Bern als glorieuze winnaar.

Terug naar Nederland mijmer ik na over deze twee dagen in de Hel van het Noorden. Het contrast lijkt groot tussen de loopgraven van de Dodengang en het stof van kasseistroken, maar ook daar 'sterven' elk jaar de renners 'duizenden doden' op weg naar het Velodrome. 


zaterdag 29 december 2012

Life of Pi

Wonderbaarlijk! Ja, dat moet het woord zijn om deze blog te beginnen. Wonderbaarlijk dat ik weer eens naar de bioscoop ging. Wonderbaarlijk genoeg de eerste keer dit jaar en wonderbaarlijk ook dat ik alleen was. Wonderbaarlijk eveneens dat het mijn eerste 3D-film was en dat ik getooid met een bril over mijn bril in de bioscoopzaal zat. Maar het meest wonderbaarlijk was de film zelf; Life of Pi.


Een film gemaakt van een schier onverfilmbaar boek van Yann Martel. Een boek dat draait om de geestkracht van een jong Indiase jongen die in onmogelijke situatie terecht komt. Een boek dat grotendeels de wonderbaarlijke reis beschrijft op de grote oceaan in een reddingsboot met uiteindelijk Pi en een Bengaalse Tijger die Richard Parker heet.
De film begint met prachtige beelden in de dierentuin in India, waarbij de meest fraaie beelden in 3D al direct veel indruk maken. Met humor en sfeer creëert regisseur Ang Lee een wereld waarin de jonge Pi opgroeit en gefascineerd raakt door verschillende religies.
Maar het leven voor het gezin gaat niet goed en ze besluiten India te verlaten en met de dieren naar Canada te reizen. Onderweg komt het vrachtschip in een storm en zinkt het schip. Alleen Pi en enkele dieren overleven. De film laat geloofwaardig de bijzondere combinatie aan boord zien, een zebra, een hyena, een orang oetang, de Bengaalse tijger en Pi. Alleen Pi en de tijger overleven de eerste dagen en vormen de dagen en weken daarna een bijzonder koppel. Zowel mens als dier overwinnen angsten, honger en dorst. Ze beleven wonderbaarlijke natuurfenomenen, zoals een naar ademhappende walvis, lichtgevende kwallen en een school vliegende vissen.
De film is adembenemend mooi, feeëriek en fascinerend. Het is letterlijk en figuurlijk een wonderbaarlijke vertelling. Maar wel eentje die je zou willen geloven. Want vaak is ongelooflijke verhaal veel mooier!

maandag 2 april 2012

Ronde van Vlaanderen 2012

Het is 1 april 2012 en ik word wakker in een hotelkamer in Brugge. De lucht kijkt mij halfbewolkt toe door het raam. Na het ontbijt gaan Raymond en ik door de prachtige stad richting de Markt. Het is nog vroeg, kwart over acht, maar de straten zijn gevuld met mensen. In de verte komt het verwaaide geluid van het podium op de Markt naar ons toe. Er passeert een groepje mannen, waarbij Raymond Adrianus van de Poel herkent. En als we het plein oplopen, besef ik dat ik nu eindelijk in een van mijn meest diepgekoesterde wensen sta: de Ronde van Vlaanderen.

We scoren het Nieuwsblad, vlaggetjes en 'handjes' om mee te zwaaien. Terwijl op het podium verschillende notabelen worden geïnterviewd en een bandje sfeer maakt met 'Vlaanderen boven', kijken wij reikhalzend uit naar de renners. Thomas Voeckler is een van de eersten die zich meldt om zijn krabbel te zetten. Later volgen de anderen. Sommigen kijken ontspannen, anderen hebben strakke gezichten. Lars Boom rijdt langs. Foto's maken in deze drukte is bijna onmogelijk. Naast me worden blikjes bier opengetrokken.
Dan stijgt er gejoel op. Tom Boonen passeert, monter om zich heen kijkend. Om mij heen hoor ik 'Tom', 'Tommeke' bijna smachtend opklinken. Even later komt de andere favoriet voorbij, Fabian Cancellara, de robbuuste  Zwitser. Velen denken dat het een tweestrijd wordt deze beiden.
Het loopt tegen tien uur en de renners staan klaar voor de start, nog wat keuvelend met elkaar. En dan mogen ze eindelijk weg, richting de Vlaamse Ardennen.

Wij drinken nog een kop koffie en beginnen ook aan onze reis. Die voert ons naar Zwalm, naar de Paddestraat. Het is rond twaalf uur. We lopen deze beroemde kasseistrook op, die er eigenlijk vrij mooi bijligt. Het kleine monument vermeldt de jaren en de winnaars die deze twee kilometer lange oneffenheid van de Ronde passeerden. In 2010 staat er gegrafeerd dat de Paddestraat is 'vergeten',  een cynische klacht richting de wedstrijdleiding. Die heeft in de aanloop naar dit jaar ook veel te verduren gekregen, want zij heeft het gewaagd de Muur uit het parcours te halen. De ziel zou uit de Rond gehaald zijn en de mensen uit Geraardsbergen hebben wraak gezworen.
Maar hier in de Paddestraat is het nog rustig. We wandelen over de weg naar boven en posteren ons op een grasstrook halverwege de straat. Langzaam maar zeker komen meer mensen naar boven, rustig pratend en soms met bier of spumante in de hand, verkregen in de grote biertent of VIP-tent aan het begin van het dorp.

Onze buurman spreekt ons aan met: 'Ik dacht dat Mart Smeets zei dat 'Ollanders hier niet naar toe komen?' Wij kunnen glimlachend ontkennen. Maar het is wel onze eerste keer bij deze koers. De man is, samen met zijn wat rustige compaan, al vele keren hier geweest. Deze zeventigers staan altijd op dezelfde plek hier aan de Paddestraat en hebben al veel meegemaakt. Nu liggen de kasseien er netjes gerangschikt bij, maar ooit lagen zij schots en scheef en met modder besmeurd. Valpartijen hebben zij gezien, gevloek en getier gehoord. Maar vandaag zal de kopgroep en het peleton in een goed tempo passeren, zo schatten zij in. Zijn vrouw zit in de auto een boek te lezen en straks gaan zij naar zijn zuster om taart te eten, want dat is hun traditie. Vroeger gingen zij dan door naar de Berendries, toen de laatste 'berg' voor de Muur, maar nu te snel na de Paddestraat.
Het  duurt lang, maar de sfeer is hier geweldig. Links van ons vertelt een Vlaamse vrouw over de koersen die zij en haar man bezoeken. Ze laat op haar camera beelden van de beklimming van de Kemmelberg zien, eerder die week opgenomen. Langs de weg staan kinderen, ouders en grootouders in de lucht te turen. Ze zoeken de helicopters, de voorboden van de renners. Als ze eindelijk verschijnen, neemt de adrenaline toe. Mensen kijken nu naar het begin van de weg, camera's worden in gereedheid gebracht. En dan, om half twee, zien we mensen in de verte juichen. En daar verschijnen ze, de kopkroep van vijftien man, met Maarten Tjallingii en Thom Veelers. We horen de fietsen dokkeren over de kasseien en het zoeven van de spaken. En door zijn ze.
Er is even rust. Mensen kijken op hun horloge om de tijd te meten. Drie, vier minuten verstrijken. En daar verschijnen de motoren en zien we de eerste renners van het peleton. Er is groepje met een kleine voorsprong met daarin 'onze' Lars Boom. Raymond schreeuwt hem luidkeels toe. Ik klik met mijn camera. De volgende renners, Tom Boonen zit voorin, Fabian Cancellara meer in de buik van het peleton. Philippe Gilbert rijdt langs met een strak gezicht. Het publiek juicht en joelt en klapt. Het gaat snel. De laatste renners. De eerste volgauto's. En daar rijdt opeens Bram Tankink, zijn gezicht gehavend. Hij moet gevallen zijn. Meer auto's en nog een paar plukjes renners. Twee zwoegende mannen van Euskatel. Tja, die hebben hier niets te zoeken. De bezemwagen passeert en dan is het plots voorbij. De rust keert weer in de Paddestraat. Mensen lopen over de zojuist door hun helden bereden kasseien weer naar hun auto's.

Ook wij trekken verder. Kunnen we nog naar een andere plek om te kijken? Maar dan missen we de finale. We besluiten richting Mater te rijden, waar een oud collega in de kroeg naar de koers kijkt. Onderweg scoren we bij Fredje Friet in Horebeke een grote zak Vlaamse Friet en een Lange Lummel. Het stilt onze honger en ondertussen kijken we op de televisie in deze patatzaak naar de Ronde.
Vijf minuten later arriveren we in Mater, een klein plaatsje ten oosten van Oudenaarde, de finishplaats van deze 96e tour door Vlaanderen. We parkeren de auto en lopen richting kroeg. Buiten staan dronken mannen te schreeuwen en amok te maken, binnen wordt naar de wedstrijd gekeken. Onze oud collega is er niet. Hij blijkt al in de trein naar huis te zitten. Wij bestellen een 'bruintje' en gaan met ons biertje naar het grote scherm de laatste 70 kilometer kijken. De Oude Kwaremont en de Patersberg worden meerdere keren genomen. Het is een hectische en heroïsche koers. Maar ook met slachtoffers. Fabian Cancellara valt en breekt zijn sleutelbeen. Sebastian Langeveld raakt een overstekende supporter en valt lelijk op het harde plaveisel. Maar de rest gaat door. Uiteindelijk resteren Alessandro Ballan, Filippo Pozzato en Tom Boonen. De laatste keer de Patersberg. Boonen kraakt bijna bij de versnelling van Pozzato. De laatste kilometers. Ballan probeert tot drie maal toe te demarreren, maar Boonen pakt elke keer snel zijn wiel. Pozzato probeert te linkeballen en blijft achterin hangen. Dan verschijnt het vod van de laatste kilometer. De supporters hier in Mater zijn nog rustig, gespannen kijkend naar wat gaat komen. Nog 500 meter. Om ons heen beginnen mensen te schreeuwen. 'Allee, Tom, allee!' De sprint wordt begonnen door Ballan. Boonen neemt over en komt op kop. Nog 100 meter. Pozzato zet aan en komt naast Boonen. Boonen lijkt snelheid te verliezen. Maar daar is de meet. En Tom wint. De zaal schreeuwt het uit van blijdschap. Mannen vallen elkaar in de armen. Het is geschiedt. De favoriet heeft gewonnen! Vlaanderens Mooiste is gewonnen door een man van eigen grond!

Wij zitten in de auto terug naar Nederland. Dit was een bijzondere dag. Dit was meer dan het kijken van een wielerkoers. Dit was het beleven van een volk en haar cultuur. De rustige anticipatie van een keuvelend volk bij de start in Brugge en langs de Paddestraat. Het passeren van de renners, waarbij supporters hun namen roepen en applaudiseren. En de culminatie van de eigen overwinning. En daartussen stroomt het Vlaamse bier door de Vlaamse valleien.

Dit was ook voor ons een KLASSIEKER!

zondag 22 januari 2012

Het verhaal van een foto (4)

Het is Thankgiving Day 2005. Ik ben in New York City, na een lange reis door Australië en Nieuw Zeeland. Dit is mijn langste reis alleen en het is wonderbaarlijk goed gegaan. De afgelopen dagen ben ik op bezoek geweest bij Evert in Boston. Voor het eerst heb ik na bijna twee maanden weer Nederlands gepraat en mijn ervaringen kunnen delen. Nu sta ik op een koude novemberochtend langs Broadway te wachten op de Thankgiving Parade. Amerikaanse gezinnen staan met hun kinderen te wachten op wat komen gaat. Gelukkig voor hen gaat de parade door, want vanochtend waren de ochtenshows op de televisie nog onzeker daarover. De wind zou een spelbreker kunnen zijn voor de parade.
Ik sta kleumend tussen de gezinnen die vol verwachting de lange straat afkijken. Dan horen we in de verte het publiek enthousiast applaudiseren. De eerste ballon is in zicht. Een paar minuten laten horen we de muziek van de drumband en zien ook wij de eerste enorme ballon. De mensen om mij heen beginnen te joelen als de eerste stripheld boven de straat hangt, bijeengehouden door zeker veertig man, die met touwen de ballon tussen de wolkenkrabbers geleiden. De eerste passeert en de volgende komt. De immense ballonnen zijn voor mij slechts sporadisch herkenbaar. Mijn striphelden zijn voornamelijk Europees, maar als Charlie Brown passeert, verschijnt ook bij mij een glimlach van herkenning. 'Good old Charlie' is ook voor mij een held. Ik leg hem voor de eeuwigheid vast op mijn camera. Hij passeert bijna geruisloos.

Later die dag zie ik op televisie dat op Times Square een bijna fataal ongeluk is gebeurt. Een van de ballonnen heeft een lantarenpaal geraakt, waardoor een lamp naar beneden is gevallen en een toeschouwer is geraakt. Gelukkig was het slechts een schampschot en kon de parade doorgaan.
Die avond eet ik mijnt traditionele Thankgiving Diner, kalkoen met aardappelpuree. Later die avond ga ik naar de musical Chicago, waarin een van mijn muzikale helden een hoofdrol speelt; Huey Lewis. Als ik naar mijn hotel loop, besef ik dat heel Amerika met de familie samen is. Ik loop alleen door de straten van New York City.