zaterdag 29 december 2012

Life of Pi

Wonderbaarlijk! Ja, dat moet het woord zijn om deze blog te beginnen. Wonderbaarlijk dat ik weer eens naar de bioscoop ging. Wonderbaarlijk genoeg de eerste keer dit jaar en wonderbaarlijk ook dat ik alleen was. Wonderbaarlijk eveneens dat het mijn eerste 3D-film was en dat ik getooid met een bril over mijn bril in de bioscoopzaal zat. Maar het meest wonderbaarlijk was de film zelf; Life of Pi.


Een film gemaakt van een schier onverfilmbaar boek van Yann Martel. Een boek dat draait om de geestkracht van een jong Indiase jongen die in onmogelijke situatie terecht komt. Een boek dat grotendeels de wonderbaarlijke reis beschrijft op de grote oceaan in een reddingsboot met uiteindelijk Pi en een Bengaalse Tijger die Richard Parker heet.
De film begint met prachtige beelden in de dierentuin in India, waarbij de meest fraaie beelden in 3D al direct veel indruk maken. Met humor en sfeer creëert regisseur Ang Lee een wereld waarin de jonge Pi opgroeit en gefascineerd raakt door verschillende religies.
Maar het leven voor het gezin gaat niet goed en ze besluiten India te verlaten en met de dieren naar Canada te reizen. Onderweg komt het vrachtschip in een storm en zinkt het schip. Alleen Pi en enkele dieren overleven. De film laat geloofwaardig de bijzondere combinatie aan boord zien, een zebra, een hyena, een orang oetang, de Bengaalse tijger en Pi. Alleen Pi en de tijger overleven de eerste dagen en vormen de dagen en weken daarna een bijzonder koppel. Zowel mens als dier overwinnen angsten, honger en dorst. Ze beleven wonderbaarlijke natuurfenomenen, zoals een naar ademhappende walvis, lichtgevende kwallen en een school vliegende vissen.
De film is adembenemend mooi, feeëriek en fascinerend. Het is letterlijk en figuurlijk een wonderbaarlijke vertelling. Maar wel eentje die je zou willen geloven. Want vaak is ongelooflijke verhaal veel mooier!

maandag 2 april 2012

Ronde van Vlaanderen 2012

Het is 1 april 2012 en ik word wakker in een hotelkamer in Brugge. De lucht kijkt mij halfbewolkt toe door het raam. Na het ontbijt gaan Raymond en ik door de prachtige stad richting de Markt. Het is nog vroeg, kwart over acht, maar de straten zijn gevuld met mensen. In de verte komt het verwaaide geluid van het podium op de Markt naar ons toe. Er passeert een groepje mannen, waarbij Raymond Adrianus van de Poel herkent. En als we het plein oplopen, besef ik dat ik nu eindelijk in een van mijn meest diepgekoesterde wensen sta: de Ronde van Vlaanderen.

We scoren het Nieuwsblad, vlaggetjes en 'handjes' om mee te zwaaien. Terwijl op het podium verschillende notabelen worden geïnterviewd en een bandje sfeer maakt met 'Vlaanderen boven', kijken wij reikhalzend uit naar de renners. Thomas Voeckler is een van de eersten die zich meldt om zijn krabbel te zetten. Later volgen de anderen. Sommigen kijken ontspannen, anderen hebben strakke gezichten. Lars Boom rijdt langs. Foto's maken in deze drukte is bijna onmogelijk. Naast me worden blikjes bier opengetrokken.
Dan stijgt er gejoel op. Tom Boonen passeert, monter om zich heen kijkend. Om mij heen hoor ik 'Tom', 'Tommeke' bijna smachtend opklinken. Even later komt de andere favoriet voorbij, Fabian Cancellara, de robbuuste  Zwitser. Velen denken dat het een tweestrijd wordt deze beiden.
Het loopt tegen tien uur en de renners staan klaar voor de start, nog wat keuvelend met elkaar. En dan mogen ze eindelijk weg, richting de Vlaamse Ardennen.

Wij drinken nog een kop koffie en beginnen ook aan onze reis. Die voert ons naar Zwalm, naar de Paddestraat. Het is rond twaalf uur. We lopen deze beroemde kasseistrook op, die er eigenlijk vrij mooi bijligt. Het kleine monument vermeldt de jaren en de winnaars die deze twee kilometer lange oneffenheid van de Ronde passeerden. In 2010 staat er gegrafeerd dat de Paddestraat is 'vergeten',  een cynische klacht richting de wedstrijdleiding. Die heeft in de aanloop naar dit jaar ook veel te verduren gekregen, want zij heeft het gewaagd de Muur uit het parcours te halen. De ziel zou uit de Rond gehaald zijn en de mensen uit Geraardsbergen hebben wraak gezworen.
Maar hier in de Paddestraat is het nog rustig. We wandelen over de weg naar boven en posteren ons op een grasstrook halverwege de straat. Langzaam maar zeker komen meer mensen naar boven, rustig pratend en soms met bier of spumante in de hand, verkregen in de grote biertent of VIP-tent aan het begin van het dorp.

Onze buurman spreekt ons aan met: 'Ik dacht dat Mart Smeets zei dat 'Ollanders hier niet naar toe komen?' Wij kunnen glimlachend ontkennen. Maar het is wel onze eerste keer bij deze koers. De man is, samen met zijn wat rustige compaan, al vele keren hier geweest. Deze zeventigers staan altijd op dezelfde plek hier aan de Paddestraat en hebben al veel meegemaakt. Nu liggen de kasseien er netjes gerangschikt bij, maar ooit lagen zij schots en scheef en met modder besmeurd. Valpartijen hebben zij gezien, gevloek en getier gehoord. Maar vandaag zal de kopgroep en het peleton in een goed tempo passeren, zo schatten zij in. Zijn vrouw zit in de auto een boek te lezen en straks gaan zij naar zijn zuster om taart te eten, want dat is hun traditie. Vroeger gingen zij dan door naar de Berendries, toen de laatste 'berg' voor de Muur, maar nu te snel na de Paddestraat.
Het  duurt lang, maar de sfeer is hier geweldig. Links van ons vertelt een Vlaamse vrouw over de koersen die zij en haar man bezoeken. Ze laat op haar camera beelden van de beklimming van de Kemmelberg zien, eerder die week opgenomen. Langs de weg staan kinderen, ouders en grootouders in de lucht te turen. Ze zoeken de helicopters, de voorboden van de renners. Als ze eindelijk verschijnen, neemt de adrenaline toe. Mensen kijken nu naar het begin van de weg, camera's worden in gereedheid gebracht. En dan, om half twee, zien we mensen in de verte juichen. En daar verschijnen ze, de kopkroep van vijftien man, met Maarten Tjallingii en Thom Veelers. We horen de fietsen dokkeren over de kasseien en het zoeven van de spaken. En door zijn ze.
Er is even rust. Mensen kijken op hun horloge om de tijd te meten. Drie, vier minuten verstrijken. En daar verschijnen de motoren en zien we de eerste renners van het peleton. Er is groepje met een kleine voorsprong met daarin 'onze' Lars Boom. Raymond schreeuwt hem luidkeels toe. Ik klik met mijn camera. De volgende renners, Tom Boonen zit voorin, Fabian Cancellara meer in de buik van het peleton. Philippe Gilbert rijdt langs met een strak gezicht. Het publiek juicht en joelt en klapt. Het gaat snel. De laatste renners. De eerste volgauto's. En daar rijdt opeens Bram Tankink, zijn gezicht gehavend. Hij moet gevallen zijn. Meer auto's en nog een paar plukjes renners. Twee zwoegende mannen van Euskatel. Tja, die hebben hier niets te zoeken. De bezemwagen passeert en dan is het plots voorbij. De rust keert weer in de Paddestraat. Mensen lopen over de zojuist door hun helden bereden kasseien weer naar hun auto's.

Ook wij trekken verder. Kunnen we nog naar een andere plek om te kijken? Maar dan missen we de finale. We besluiten richting Mater te rijden, waar een oud collega in de kroeg naar de koers kijkt. Onderweg scoren we bij Fredje Friet in Horebeke een grote zak Vlaamse Friet en een Lange Lummel. Het stilt onze honger en ondertussen kijken we op de televisie in deze patatzaak naar de Ronde.
Vijf minuten later arriveren we in Mater, een klein plaatsje ten oosten van Oudenaarde, de finishplaats van deze 96e tour door Vlaanderen. We parkeren de auto en lopen richting kroeg. Buiten staan dronken mannen te schreeuwen en amok te maken, binnen wordt naar de wedstrijd gekeken. Onze oud collega is er niet. Hij blijkt al in de trein naar huis te zitten. Wij bestellen een 'bruintje' en gaan met ons biertje naar het grote scherm de laatste 70 kilometer kijken. De Oude Kwaremont en de Patersberg worden meerdere keren genomen. Het is een hectische en heroïsche koers. Maar ook met slachtoffers. Fabian Cancellara valt en breekt zijn sleutelbeen. Sebastian Langeveld raakt een overstekende supporter en valt lelijk op het harde plaveisel. Maar de rest gaat door. Uiteindelijk resteren Alessandro Ballan, Filippo Pozzato en Tom Boonen. De laatste keer de Patersberg. Boonen kraakt bijna bij de versnelling van Pozzato. De laatste kilometers. Ballan probeert tot drie maal toe te demarreren, maar Boonen pakt elke keer snel zijn wiel. Pozzato probeert te linkeballen en blijft achterin hangen. Dan verschijnt het vod van de laatste kilometer. De supporters hier in Mater zijn nog rustig, gespannen kijkend naar wat gaat komen. Nog 500 meter. Om ons heen beginnen mensen te schreeuwen. 'Allee, Tom, allee!' De sprint wordt begonnen door Ballan. Boonen neemt over en komt op kop. Nog 100 meter. Pozzato zet aan en komt naast Boonen. Boonen lijkt snelheid te verliezen. Maar daar is de meet. En Tom wint. De zaal schreeuwt het uit van blijdschap. Mannen vallen elkaar in de armen. Het is geschiedt. De favoriet heeft gewonnen! Vlaanderens Mooiste is gewonnen door een man van eigen grond!

Wij zitten in de auto terug naar Nederland. Dit was een bijzondere dag. Dit was meer dan het kijken van een wielerkoers. Dit was het beleven van een volk en haar cultuur. De rustige anticipatie van een keuvelend volk bij de start in Brugge en langs de Paddestraat. Het passeren van de renners, waarbij supporters hun namen roepen en applaudiseren. En de culminatie van de eigen overwinning. En daartussen stroomt het Vlaamse bier door de Vlaamse valleien.

Dit was ook voor ons een KLASSIEKER!

zondag 22 januari 2012

Het verhaal van een foto (4)

Het is Thankgiving Day 2005. Ik ben in New York City, na een lange reis door Australië en Nieuw Zeeland. Dit is mijn langste reis alleen en het is wonderbaarlijk goed gegaan. De afgelopen dagen ben ik op bezoek geweest bij Evert in Boston. Voor het eerst heb ik na bijna twee maanden weer Nederlands gepraat en mijn ervaringen kunnen delen. Nu sta ik op een koude novemberochtend langs Broadway te wachten op de Thankgiving Parade. Amerikaanse gezinnen staan met hun kinderen te wachten op wat komen gaat. Gelukkig voor hen gaat de parade door, want vanochtend waren de ochtenshows op de televisie nog onzeker daarover. De wind zou een spelbreker kunnen zijn voor de parade.
Ik sta kleumend tussen de gezinnen die vol verwachting de lange straat afkijken. Dan horen we in de verte het publiek enthousiast applaudiseren. De eerste ballon is in zicht. Een paar minuten laten horen we de muziek van de drumband en zien ook wij de eerste enorme ballon. De mensen om mij heen beginnen te joelen als de eerste stripheld boven de straat hangt, bijeengehouden door zeker veertig man, die met touwen de ballon tussen de wolkenkrabbers geleiden. De eerste passeert en de volgende komt. De immense ballonnen zijn voor mij slechts sporadisch herkenbaar. Mijn striphelden zijn voornamelijk Europees, maar als Charlie Brown passeert, verschijnt ook bij mij een glimlach van herkenning. 'Good old Charlie' is ook voor mij een held. Ik leg hem voor de eeuwigheid vast op mijn camera. Hij passeert bijna geruisloos.

Later die dag zie ik op televisie dat op Times Square een bijna fataal ongeluk is gebeurt. Een van de ballonnen heeft een lantarenpaal geraakt, waardoor een lamp naar beneden is gevallen en een toeschouwer is geraakt. Gelukkig was het slechts een schampschot en kon de parade doorgaan.
Die avond eet ik mijnt traditionele Thankgiving Diner, kalkoen met aardappelpuree. Later die avond ga ik naar de musical Chicago, waarin een van mijn muzikale helden een hoofdrol speelt; Huey Lewis. Als ik naar mijn hotel loop, besef ik dat heel Amerika met de familie samen is. Ik loop alleen door de straten van New York City.

maandag 29 augustus 2011

Beren op de weg (2/2)

We halen opgelucht adem. De beer is vertrokken. We kijken naar de foto's en video die we hebben genomen en genieten nog na van het avontuur dat we net hebben beleefd. Scotty, de zeventigjarige Schot die in een camper op het terrein woont, komt aanlopen met een geweer losjes op de schouder. In zijn onvervalste Glasgow-accent vertelt hij ons dat hij de volgende keer de beer recht tussen de oren schiet. Ik glimlach en probeer ondertussen mijn lichaam behendig uit de richting van de loop van zijn geweer te bewegen. Als hij dit merkt, zegt hij dat het geweer niet geladen is. Ik glimlach weer, maar nu van schaamte.

Even later stappen we in de auto om onze verse broden bij enkele mensen langs te brengen. Als we de oprijlaan afrijden, zien we halverwege plotsklaps onze beer. Ik toeter en de beer kijkt achterom met een blik van 'Wat doen jullie op mijn oprijlaan?' Ik toeter nog maar een keer en langzaam verdwijnt onze donkerharige vriend in de bosjes. Wij rijden door.

Na drie kwartier komen we weer thuis. De zon gaat langzaam onder als we weer naar binnen lopen. Als we de keuken ingaan, zien we pas wat er gebeurd is. Een van de horren uit de eetkamer ligt op de grond, met alle spullen die op de vensterbank stonden. Er kan maar een oorzaak zijn; de beer heeft geprobeerd naar binnen te komen. Terwijl mijn neef en Scotty de schade opnemen, loop ik ondertussen verder door het huis. In een van de kamers achter is ook de hor uit het raam. Als ik het opraap, zie ik de vijf gaten waar de beer zijn klauw heeft gezet. Ook op de vensterbank zijn de sporen van de berenklauw te zien. Ik roep de anderen erbij en we kijken samen naar wat er gebeurd moet zijn. Dan lopen we naar buiten om te kijken. Ik blijk amper bij de vensterbank te kunnen. De beer moet dus meer dan 2 meter zijn.



Het is ondertussen donker. Ik rook mijn sigaretten nu boven op het balkon van het huis, want echt naar buiten durf ik niet meer. Mijn neef heeft ondertussen de 'berenpolitie' gebeld. Zij zullen morgen langskomen met een berenval. Enigszins gerustgesteld gaan we de avond en de nacht in.

De volgende dag komt 's middags de wagen met op de aanhangwagen de berenval. De twee 'berenvangers' kijken naar de beelden op de video en knikken dat het een 'grote jongen' is. Ze stellen de val op in de hoek van de tuin. En vertrekken vervolgens om nog een berenval te zetten in de omgeving van Cold Lake, want er zijn veel meldingen van beren.




Om twaalf uur 's nacht klapt de val dicht. We proberen naar buiten te kijken, maar het licht van onze zaklamp is te  zwak. Wel horen we het krassen van een beest in de grote ronde ton. Er zit dus iets in de val. Hopelijk is het onze beer.
De volgende ochtend komen de 'berenvangers' weer langs. Ze proberen te kijken of het 'onze' beer is, maar kunnen dat niet goed zien. De val wordt weer achter de wagen gehangen en ze rijden weg.



Een paar dagen later hoor ik dat het inderdaad de 'goede' beer was en dat hij kilometers ver weg weer is vrijgelaten. Ondertussen is er weer een nieuwe beer gesignaleerd in de tuin.

dinsdag 23 augustus 2011

Beren op de weg (1/2)

Iedereen weet dat Canada het land van de beren is. Zwarte beren, bruine beren en - als je mazzel hebt - Grizzlie beren. Nou moet ik meteen vertellen dat ik tot nu toe geen mazzal heb gehad. In alle tijd die ik in Canada heb doorgebracht - en dat is bijna anderhalf jaar van mijn leven - heb ik deze 'grote jongens' nog nooit gezien. Maar wel de andere twee soorten.

Voor degenen die het nog niet wisten, maar de afgelopen vier weken was ik weer in Canada. Overigens ook deels in de Verenigde Staten. Begonnen in Calgary, zakte ik eerst af naar Yellowstone park. Nog maar tien minuten in het park zag ik een grote verkeersopstopping. Er was blijkbaar iets te zien. Een hulpvaardige ranger zei dat er een beer in het bos was. Vlug parkeerde ik de auto en gewapend met twee camera's (foto en video) snelde ik naar de andere kijkers. Maar hoe ik ook keek, de beer was niet te zien. Nou ja, een heel klein stukje beer was door de bomen wel te ontwaren. Geplichtsgetrouw nam ik mijn opnames. Het kan immers de laatste beer zijn deze vakantie.

Na anderhalve week passeer ik weer de grens met Canada. Vijftig meter verder zie ik voor me twee auto's staan. En ja hoor, een beer loopt rustig de weg over om in de berm naar bessen en vruchten te zoeken. Gelukkig liggen de camera's paraat naast me op de passagiersstoel en kan ik deze bruine beer voor de lens krijgen.
Een dag later in Waterton Lakes park is weer raak. Nog een bruine beer, maar wel wat ver weg.

In de derde week bezoek ik mijn familie in het noorden van Alberta. Mijn neef woont in een prachtig huis van boomstammen, diep in het bos. Elke avond maken we een wandeling van een kilometer langs zijn oprijlaan die behoorlijk steil afloopt. En op de terugweg dus een hele klim is. We zien jonge hertjes in de tuin en ik zie zelfs een vos. Zo nu en dan vliegt een kolibri langs die het kleurige bloemenpatroon van de tuinstoelen te checken. Het is hier prachtig toeven.

We hebben brood gebakken in de keuken (ooit was ik samen met mijn neef bakker in de bakkerij van mijn oom). Daarna willen we aan het avondeten beginnen. 'Zullen we buiten eten?', vraagt mijn neef. 'Nee, het is veel de winderig', antwoord ik. Ik pak ondertussen spullen uit de ijskast als mijn neef roept: 'A bear, a bear, a bear!' Ik roep terug: 'Where, where, where?' En dan zie ik hem. Een grote zwarte beer loopt langs de rand van de tuin. Ik snel naar mijn fotocamera en vraag mijn neef de videocamera te pakken. De beer loopt langs de oprijlaan, maar steekt dan over richting het huis.

Hij komt steeds dichterbij. Sterker hij staat vlak voor ons en steekt zijn neus in de lucht om te ruiken. Als we geluid maken, schrikt hij even terug en loopt vervolgens achter het huis om. Ik probeer hem te volgen van kamer naar kamer. Bij de voordeur zien we hem weer. Hij klimt zowaar op de veranda. Mijn neef probeert hem met geluid te verjagen en de beer deinst langzaam terug. Hij loopt langs mijn huurauto naar de schuur en vervolgens via de camper naar de achterkant van het huis, waarna hij uit het zicht verdwijnt.



(wordt vervolgd)

woensdag 13 juli 2011

Tim Knol of toch niet?

Ik mag jaarlijks mee op een fietsweekend. Ja, dat staat er echt. Maar fietsen doe ik nooit. Dat laat ik aan al die vrienden over die denken dat ouder worden nog te  bestrijden valt met inspanning. Ik denk vooral dat ouder worden steeds meer bestreden kan worden met ontspanning.

Daarom mag ik ook mee. Ik ben van de ontspanning. Ik ben van de muzikale omlijsting. Een avondje Rob in Point de Vue in België. Wie wil dat niet meemaken. En, omdat noten meer zeggen dan letters, hier een proeve van de sfeer. Het lijkt wel Tim Knol op latere leeftijd. Of misschien ook weer niet?



Vergeef mijn vrienden die meezingen. Zij kunnen het ook niet helpen dat zij enthousiast zijn en minder zangtalent hebben. En met dank aan die andere Rob voor de opname.

maandag 11 juli 2011

Barcelona: Stad van Gaudi (2)

Het is 1883. In Barcelona is een jaar eerder de bouw begonnen van de Sagrada Familia. De opdrachtgever haalt de eerste archtitect van het werk en vraagt aan Gaudi om de kerk af te maken. Tot aan zijn dood werk hij aan de kerk. Maar hij zal nooit de zijn meesterwerk in volle voltooiing zien. De vraag is of ik dat moment ook ooit zal beleven.

Als ik uit de metro kom, zie ik de geboortegevel in volle glorie voor me. Op het eerste gezicht lijkt het of immense druipkaarsen hun resten op de gevel hebben achtergelaten. Maar als ik dichterbij kom, zie ik de beeldengroepen die in nissen opdoemen. Mijn ogen schieten langs de gevel op en neer. Van de schildpadden die de kolommen lijken te dragen tot de spiraalachtige torens ver in de lichtblauwe lucht.

Ik loop om de kerk heen en sta in de rij voor de ingang. Dit is lijdensgevel. Een modernistische strakke gevel, met aan het Kubisme en Picasso denkende beelden. Het is bijna een genot om in de rij voor de kassa te mogen staan. Nu kun je kerk langzaam tot je nemen.

Als ik naar binnen loop, stokt mijn adem. Zoiets heb ik nog nooit gezien. Lichtgekleurde kolommen reiken naar boven, om halverwege te vertakken in andere kolommen, die op hun beurt verder vertakken naar het dak van de katedraal. Dit is geen gebouw, maar een bos. Dit is geen architectuur, maar kunst. Dit is geen werkelijkheid, maar droom. Ik ga zitten en neem starend naar boven deze droomwereld in mij op.

De Sagrada Familia is nog niet af. Maar is zelfs nu al een van de meest fascinerende bouwwerken die ik ooit heb gezien. Ik loop er meer dan een uur dwalend in rond, steeds weer geraakt door het licht in de kerk, de kleuren van de ramen, de verrassende details en de prachtige beelden. Enigszins dromerig loop ik weer naar buiten. Bij het oversteken van de weg let ik goed op. Dat deed Gaudi niet in 1926. Hij kwam onder een tram en overleed.