10. Jersey Girl – Bruce Springsteen
De vloer waarop ik sta gaat op en neer. Om me heen dansen duizenden mensen. Ik dans en zing volop mee. Als dit het laatste is dat ik hoor, dan is dat prima. Dit is het geluid van mijn generatie. Op honderd meter afstand zie ik een figuur van een halve centimeter tekeer gaan. Maar het geluid van die halve centimeter is overweldigend. Alleen Bruce Springsteen kan zo veel energie overbrengen op een heel stadion. En natuurlijk zijn waanzinnige ‘E Street Band’. Meer dan drie uur aan een stuk speelt hij zijn nummers en ‘rockt’ het stadion op en neer. Dit is de ‘Born in the USA’-toer. Wellicht zijn meest commerciële plaat ooit, maar wat geeft het. Samen met mijn broer en de Gerard en Hans Warps staan we op de tweede ring, recht tegenover het podium. Verder weg kun je niet staan, maar toch ga ik volledig mee met de muziek. Gelukkig hebben we een verrekijker bij ons, zodat we zo nu en dan de halve centimeter kunnen vergroten tot een wat normaler formaat. Maar het doet er weinig toe, want dit is het beste concert wat ik ooit heb gehoord.
De keuze voor het nummer Jersey Girl is wellicht bijzonder. Geschreven door Tom Waits, maar de live-versie van Bruce Springsteen is speciaal. De spanning van het nummer en het enthousiasme van het publiek maakt het nummer geweldig om naar te luisteren. Het is mijn favoriete Springsteen-nummer.
maandag 29 maart 2010
zondag 28 maart 2010
Zuid Afrika 1996 (19)
Een toilet zonder deksel
Er staat een dampende kop oploskorrels met een vage koffiesmaak voor me. Ik drink voorzichtig en luister ondertussen naar Chris Labuschagne. De stevig uitgevallen projectleider van het PHB-project legt uit dat de vertraging in het project vooral door anderen wordt veroorzaakt. De andere aanwezigen knikken instemmend, want het gaat gelukkig over de anderen die er niet zijn. Plattegronden die ontbreken met de nieuwe verkaveling, subsidieformulieren die op stempels wachten, de vaststelling van grondprijzen, vergaderingen die niet zijn doorgegaan, budgetten die nog moeten worden aangepast. De lijst is oneindig. Er is echter niemand die de projectleider erop wijst dat hij wellicht verantwoordelijk is voor de vertragingen.
Het PHB-project is een project met problemen. In een zogeheten “Social Compact” hebben drie partijen zich verbonden aan de ontwikkeling van de infrastructuur en de opstallen van 1.128 kavels in Tamboville. Dit met behulp van subsidies van de Provincial Housing Board. De WCRC, de gemeente Benoni en de projectontwikkelaar CONDEV zijn enthousiast van start gegaan met dit “Housing project”. Misschien wel te enthousiast, want er zijn op dit moment veel vragen. De subsidie wordt bepaald op basis van het individuele inkomen van de 1.128 huishoudens. Alleen als men minder dan R 800,- per maand verdient krijgt men het maximale subsidiebedrag. Bij de start van het project is men er gemakshalve van uitgegaan dat de overgrote meerderheid in deze categorie zou vallen. Nu blijkt dat er zelfs mensen zijn die helemaal niet in aanmerking komen voor subsidie. De kosten van de infrastructuur veranderen met de dag. De laatste berichten zijn dat het rond de R 9.800,- per kavel zal kosten. Hoe vertel je dit aan iemand die minder subsidie krijgt. Ach, helemaal vergeten over na te denken. De kans is groot dat veel huishoudens slechts een paar duizend Rand overhouden voor de verbetering van hun “huizen”, laat staan dat ze nieuwe huizen kunnen bouwen. De nieuwe verkaveling betekent dat een aantal mensen moet verhuizen. Over wie moet verhuizen, waar ze naartoe moeten verhuizen en of er een vergoeding tegenover moet staan is niet nagedacht. Welke rol kan de woningcorporatie spelen wanneer de grond overgedragen wordt aan de individuele huishoudens? Het PHB-project in Tamboville is waarschijnlijk uiteindelijk meer een project tot het aanbrengen van infrastructuur dan een project voor de verbetering of nieuwbouw van woningen. Dat wordt straks lastig verkopen aan de gemeenschap. Een toilet zonder deksel, een weinig fris vooruitzicht!
Er staat een dampende kop oploskorrels met een vage koffiesmaak voor me. Ik drink voorzichtig en luister ondertussen naar Chris Labuschagne. De stevig uitgevallen projectleider van het PHB-project legt uit dat de vertraging in het project vooral door anderen wordt veroorzaakt. De andere aanwezigen knikken instemmend, want het gaat gelukkig over de anderen die er niet zijn. Plattegronden die ontbreken met de nieuwe verkaveling, subsidieformulieren die op stempels wachten, de vaststelling van grondprijzen, vergaderingen die niet zijn doorgegaan, budgetten die nog moeten worden aangepast. De lijst is oneindig. Er is echter niemand die de projectleider erop wijst dat hij wellicht verantwoordelijk is voor de vertragingen.
Het PHB-project is een project met problemen. In een zogeheten “Social Compact” hebben drie partijen zich verbonden aan de ontwikkeling van de infrastructuur en de opstallen van 1.128 kavels in Tamboville. Dit met behulp van subsidies van de Provincial Housing Board. De WCRC, de gemeente Benoni en de projectontwikkelaar CONDEV zijn enthousiast van start gegaan met dit “Housing project”. Misschien wel te enthousiast, want er zijn op dit moment veel vragen. De subsidie wordt bepaald op basis van het individuele inkomen van de 1.128 huishoudens. Alleen als men minder dan R 800,- per maand verdient krijgt men het maximale subsidiebedrag. Bij de start van het project is men er gemakshalve van uitgegaan dat de overgrote meerderheid in deze categorie zou vallen. Nu blijkt dat er zelfs mensen zijn die helemaal niet in aanmerking komen voor subsidie. De kosten van de infrastructuur veranderen met de dag. De laatste berichten zijn dat het rond de R 9.800,- per kavel zal kosten. Hoe vertel je dit aan iemand die minder subsidie krijgt. Ach, helemaal vergeten over na te denken. De kans is groot dat veel huishoudens slechts een paar duizend Rand overhouden voor de verbetering van hun “huizen”, laat staan dat ze nieuwe huizen kunnen bouwen. De nieuwe verkaveling betekent dat een aantal mensen moet verhuizen. Over wie moet verhuizen, waar ze naartoe moeten verhuizen en of er een vergoeding tegenover moet staan is niet nagedacht. Welke rol kan de woningcorporatie spelen wanneer de grond overgedragen wordt aan de individuele huishoudens? Het PHB-project in Tamboville is waarschijnlijk uiteindelijk meer een project tot het aanbrengen van infrastructuur dan een project voor de verbetering of nieuwbouw van woningen. Dat wordt straks lastig verkopen aan de gemeenschap. Een toilet zonder deksel, een weinig fris vooruitzicht!
donderdag 25 maart 2010
Gepest kind
De wereld draait door. Ja, dat is natuurlijk zo. Maar soms mag die ook wel eens even stil staan. Zoals vanavond in De Wereld Draait Door. Het eerste onderwerp gaat over een vijftienjarige jongen die zijn eigen leven beëindigd omdat hij zo gepest werd door zijn directe omgeving. Op school en op straat. Gewoon altijd gepest door anderen omdat hij anders was en afweek van de rest.
Nu is pesten van alle tijden en zal het ook van alle tijden zijn. Maar toch. Er zullen vast hele studies naar gedaan zijn waarom kinderen elkaar pesten, waarom collega's elkaar pesten en waarom dus pesten verklaarbaar is. En het lijkt een prettige gedachte dat degenen die pesten eigenlijk hele zielige figuren zijn die krampachtig proberen bij een groep te horen, omdat ze niets hebben dat hen uniek maakt, zoals degene die gepest heeft dat wel heeft. Maar die prettige gedachte houdt op als je hoort, leest of ziet dat een vijftienjarige jongen zijn leven niet meer ziet zitten.
Ook ik werd als kind gepest. Ook ik week af van de norm (te dik in mijn geval). Uit machteloosheid ontwikkelde ik mijn wapen, een vlijmscherpe tong. Psychologische voltreffers waar fysieke kracht ontbrak. Maar het genot van de voltreffers was altijd maar van korte duur. Want diep van binnen knaagt het door. Waarom vinden sommige mensen mij niet aardig? Waarom kunnen sommige mensen mij niet accepteren? Wat is er met mij aan de hand?
Door de jaren slijt het. Het pesten wordt plagen. De vlijmscherpe tong wordt iets botter. De zelfacceptatie iets groter. Maar het littekenweefsel jeukt soms nog wel. Op een dag als er onweer in de lucht is. Of op een dag dat de wereld even stil staat omdat een vijftienjarige jongen geen verweer meer had.
In nagedachtenis van David Isarin.
Nu is pesten van alle tijden en zal het ook van alle tijden zijn. Maar toch. Er zullen vast hele studies naar gedaan zijn waarom kinderen elkaar pesten, waarom collega's elkaar pesten en waarom dus pesten verklaarbaar is. En het lijkt een prettige gedachte dat degenen die pesten eigenlijk hele zielige figuren zijn die krampachtig proberen bij een groep te horen, omdat ze niets hebben dat hen uniek maakt, zoals degene die gepest heeft dat wel heeft. Maar die prettige gedachte houdt op als je hoort, leest of ziet dat een vijftienjarige jongen zijn leven niet meer ziet zitten.
Ook ik werd als kind gepest. Ook ik week af van de norm (te dik in mijn geval). Uit machteloosheid ontwikkelde ik mijn wapen, een vlijmscherpe tong. Psychologische voltreffers waar fysieke kracht ontbrak. Maar het genot van de voltreffers was altijd maar van korte duur. Want diep van binnen knaagt het door. Waarom vinden sommige mensen mij niet aardig? Waarom kunnen sommige mensen mij niet accepteren? Wat is er met mij aan de hand?
Door de jaren slijt het. Het pesten wordt plagen. De vlijmscherpe tong wordt iets botter. De zelfacceptatie iets groter. Maar het littekenweefsel jeukt soms nog wel. Op een dag als er onweer in de lucht is. Of op een dag dat de wereld even stil staat omdat een vijftienjarige jongen geen verweer meer had.
In nagedachtenis van David Isarin.
woensdag 24 maart 2010
Zuid Afrika 1996 (18)
Goede hoop
Al eerder schreef ik in deze bulletins over Jan van Riebeeck en Tokyo Sexwale. Een groter contrast tussen deze twee personen is niet denkbaar. Het was dan ook een vreemde gewaarwording dat door mijn aanwezigheid onlangs beide personen door de geschiedenis heen met elkaar werden verbonden.
Als ik die ochtend in Wattville arriveer is het bij het kantoor van de WHA een drukte van belang. Er is een tent opgezet en op de veranda van het kantoor staan de stoelen al in slagorde voor de hoge gasten die om tien uur zullen arriveren. Ik ben er om kwart voor tien en tot mijn niet geringe verbazing stapt twee minuten later Tokyo Sexwale uit zijn auto. Hij is te vroeg! Al handen schuddend loopt hij richting de in aanbouw zijnde crèche. Ondertussen arriveren er steeds meer mensen. De dames zijn druk bezig met het voedsel, de thee en de frisdranken. Nelly Themba, de vrouw van Vincent, komt naar me toe en zegt dat ik haar even naar huis moet brengen want ze moeten nog een theepot hebben. Samen met nog een andere vrouw stapt ze in en rij ik langs haar huis. Wanneer ik ze heb teruggebracht komt even later Phumi naar me toe met de vraag of ik haar even langs haar moeder wil rijden om een karaf op te halen. Ik vertel haar dat als ik had geweten dat ik vandaag als chauffeur moest optreden mijn pet wel had meegenomen. Gelukkig is het festijn nog niet begonnen als we terugkomen.
Musa is vandaag spreekstalmeester in afwezigheid van Vincent. Hij stelt de genodigden voor en voor iedereen klinkt een beschaafd applausje van het publiek. Dan wordt de directeur van CONDEV uitgenodigd om wat te zeggen. Hij is geen beste spreker, maar dat is niet zo erg want hij heeft een cheque van R 10.000 bij zich als donatie voor de crèche. De volgende spreker is Buti Riba, een van de bestuursleden van de WHA en ook lid van de WCRC. Hij houdt een goed verhaal waarin hij alle partijen bedankt die hebben bijgedragen aan de ontwikkelingen in de township. Ook memoreert hij het slechte betalingsgedrag van de bewoners van de 46 woningen. Tijdens de toespraak van Buti is Musa blijkbaar tot de ontdekking gekomen dat hij een persoon is vergeten in het voorstellingsrondje. Nadat hij weer het woord heeft genomen probeert hij dit verzuim goed te maken en zegt dat hij een zeer belangrijk persoon is vergeten. Ik voel reeds nattigheid en ja hoor. Musa kondigt mij aan als “Rob from Holland”. Blijkbaar weet hij mijn achternaam niet meer. Ik doe een stapje naar voren en zwaai even naar het publiek en neem het applaus dankbaar aan. Dan volgen er nog twee sprekers, onder wie de directeur van Planact. Als uiteindelijk Tokyo het woord neemt loop ik even weg om een sigaretje te roken. Ik ga achter de rijen mensen staan en luister naar zijn toespraak.
Plotseling begint de premier van de provincie Gauteng over iemand te praten waarvan hij alleen weet dat hij Rob heet en uit Holland komt. Hij zoekt mij tussen het publiek en als hij mij heeft gevonden, wenkt hij mij naar hem toe te komen. Met enige gêne loop ik door het publiek naar hem toe. Ik schud hem wederom de hand. Een fotograaf maakt een plaatje en Tokyo fluistert tegen me dat hij mij niet kent. Ik fluister terug dat het wederzijds is en dat ik alleen zijn naam ken. Dit laatste herhaalt hij hardop voor het publiek dat hierom hartelijk moet lachen. Tokyo vraagt of ik wil gaan zitten en dat aanbod neem ik gretig aan. Vervolgens zegt de premier dat driehonderd jaar geleden de Hollanders ook naar Zuid-Afrika kwamen. Er rest mij maar één reactie en dus roep ik: “I’m sorry”. Iedereen lacht. Tokyo gaat verder met het vermelden dat Jan van Riebeeck met zijn drie schepen hier aankwamen en weinig goed van zins waren, ondanks dat een van de schepen de naam “De Goede Hoop” had. Nu echter komen de Hollanders weer en dit keer met goede bedoelingen, alhoewel hij even een grapje maakt over mijn naam en zegt eerst “Robbery from Holland” te hebben verstaan. Hij somt het positieve gedrag van de Hollanders op tijdens de jaren van de apartheid en de periode daarna en vermeldt dat Oliver Tambo Nederland als “home” aanduidde. Ik zit er wat verlegen bij onder deze loftuitingen op ons volkje.
Na de toespraak is het gelukkig tijd voor de verfrissingen. Ik sta op, maar wordt aangesproken door een journalist van The Star, de krant van Johannesburg. Allereerst wil hij mijn achternaam weten en verder vraagt hij informatie over mijn werkzaamheden hier. Ik geef hem antwoord en zeg, bij wijze van grap, dat ik wel wil dat de foto in de krant wordt geplaatst.
Een half uurtje later vertrekt de premier. Hij schudt mij in het voorbijgaan de hand en bedankt me dat hij me als voorbeeld heeft kunnen gebruiken. “So I’ve noticed”, antwoord ik.
Een week gaat voorbij, maar dan verschijnt in het regiokatern van de krant het artikel over de bijeenkomst met de titel “Strong support received from Dutch”. Mijn naam en mijn foto ontbreken, maar ons werk wordt geroemd. Sterker nog, we krijgen zelfs krediet voor dingen die we niet doen.
Al eerder schreef ik in deze bulletins over Jan van Riebeeck en Tokyo Sexwale. Een groter contrast tussen deze twee personen is niet denkbaar. Het was dan ook een vreemde gewaarwording dat door mijn aanwezigheid onlangs beide personen door de geschiedenis heen met elkaar werden verbonden.
Als ik die ochtend in Wattville arriveer is het bij het kantoor van de WHA een drukte van belang. Er is een tent opgezet en op de veranda van het kantoor staan de stoelen al in slagorde voor de hoge gasten die om tien uur zullen arriveren. Ik ben er om kwart voor tien en tot mijn niet geringe verbazing stapt twee minuten later Tokyo Sexwale uit zijn auto. Hij is te vroeg! Al handen schuddend loopt hij richting de in aanbouw zijnde crèche. Ondertussen arriveren er steeds meer mensen. De dames zijn druk bezig met het voedsel, de thee en de frisdranken. Nelly Themba, de vrouw van Vincent, komt naar me toe en zegt dat ik haar even naar huis moet brengen want ze moeten nog een theepot hebben. Samen met nog een andere vrouw stapt ze in en rij ik langs haar huis. Wanneer ik ze heb teruggebracht komt even later Phumi naar me toe met de vraag of ik haar even langs haar moeder wil rijden om een karaf op te halen. Ik vertel haar dat als ik had geweten dat ik vandaag als chauffeur moest optreden mijn pet wel had meegenomen. Gelukkig is het festijn nog niet begonnen als we terugkomen.
Musa is vandaag spreekstalmeester in afwezigheid van Vincent. Hij stelt de genodigden voor en voor iedereen klinkt een beschaafd applausje van het publiek. Dan wordt de directeur van CONDEV uitgenodigd om wat te zeggen. Hij is geen beste spreker, maar dat is niet zo erg want hij heeft een cheque van R 10.000 bij zich als donatie voor de crèche. De volgende spreker is Buti Riba, een van de bestuursleden van de WHA en ook lid van de WCRC. Hij houdt een goed verhaal waarin hij alle partijen bedankt die hebben bijgedragen aan de ontwikkelingen in de township. Ook memoreert hij het slechte betalingsgedrag van de bewoners van de 46 woningen. Tijdens de toespraak van Buti is Musa blijkbaar tot de ontdekking gekomen dat hij een persoon is vergeten in het voorstellingsrondje. Nadat hij weer het woord heeft genomen probeert hij dit verzuim goed te maken en zegt dat hij een zeer belangrijk persoon is vergeten. Ik voel reeds nattigheid en ja hoor. Musa kondigt mij aan als “Rob from Holland”. Blijkbaar weet hij mijn achternaam niet meer. Ik doe een stapje naar voren en zwaai even naar het publiek en neem het applaus dankbaar aan. Dan volgen er nog twee sprekers, onder wie de directeur van Planact. Als uiteindelijk Tokyo het woord neemt loop ik even weg om een sigaretje te roken. Ik ga achter de rijen mensen staan en luister naar zijn toespraak.
Plotseling begint de premier van de provincie Gauteng over iemand te praten waarvan hij alleen weet dat hij Rob heet en uit Holland komt. Hij zoekt mij tussen het publiek en als hij mij heeft gevonden, wenkt hij mij naar hem toe te komen. Met enige gêne loop ik door het publiek naar hem toe. Ik schud hem wederom de hand. Een fotograaf maakt een plaatje en Tokyo fluistert tegen me dat hij mij niet kent. Ik fluister terug dat het wederzijds is en dat ik alleen zijn naam ken. Dit laatste herhaalt hij hardop voor het publiek dat hierom hartelijk moet lachen. Tokyo vraagt of ik wil gaan zitten en dat aanbod neem ik gretig aan. Vervolgens zegt de premier dat driehonderd jaar geleden de Hollanders ook naar Zuid-Afrika kwamen. Er rest mij maar één reactie en dus roep ik: “I’m sorry”. Iedereen lacht. Tokyo gaat verder met het vermelden dat Jan van Riebeeck met zijn drie schepen hier aankwamen en weinig goed van zins waren, ondanks dat een van de schepen de naam “De Goede Hoop” had. Nu echter komen de Hollanders weer en dit keer met goede bedoelingen, alhoewel hij even een grapje maakt over mijn naam en zegt eerst “Robbery from Holland” te hebben verstaan. Hij somt het positieve gedrag van de Hollanders op tijdens de jaren van de apartheid en de periode daarna en vermeldt dat Oliver Tambo Nederland als “home” aanduidde. Ik zit er wat verlegen bij onder deze loftuitingen op ons volkje.
Na de toespraak is het gelukkig tijd voor de verfrissingen. Ik sta op, maar wordt aangesproken door een journalist van The Star, de krant van Johannesburg. Allereerst wil hij mijn achternaam weten en verder vraagt hij informatie over mijn werkzaamheden hier. Ik geef hem antwoord en zeg, bij wijze van grap, dat ik wel wil dat de foto in de krant wordt geplaatst.
Een half uurtje later vertrekt de premier. Hij schudt mij in het voorbijgaan de hand en bedankt me dat hij me als voorbeeld heeft kunnen gebruiken. “So I’ve noticed”, antwoord ik.
Een week gaat voorbij, maar dan verschijnt in het regiokatern van de krant het artikel over de bijeenkomst met de titel “Strong support received from Dutch”. Mijn naam en mijn foto ontbreken, maar ons werk wordt geroemd. Sterker nog, we krijgen zelfs krediet voor dingen die we niet doen.
dinsdag 23 maart 2010
Zuid Afrika 1996 (17)
Voor het volk, door het volk
Volkshuisvesting bedrijven in Zuid-Afrika is simpel. Je gaat naar de overheid en je vertelt dat je minder dan R 800 per maand verdiend. Even later loop je met R 15.000 op zak en kun je beginnen aan je woning. Vervelend is het dat een redelijke woning R 24.000 kost en dat je ook de aanleg van water, riolering en wegen zelf moet betalen. Helaas is het niet mogelijk om geld te lenen bij de bank en mocht dat onverhoopt wel lukken dan betaal je een rente van boven de 20%. Toch is de Zuidafrikaanse overheid van mening dat dit de weg is die moet worden bewandeld. In de vergaande democratisering die in dit land plaatsvindt is de onderliggende filosofie dat alle activiteiten “community driven” moeten zijn. Dat dit in de praktijk betekent dat er de afgelopen jaren minder huizen zijn gebouwd dan onder het apartheidsregime schijnt daaraan geen afbreuk te doen.
Ook in Wattville is deze filosofie tot op heden toegepast. De Wattville Housing Association (WHA) is opgericht door de lokale bewonersraad, de Wattville Concerned Residents Committee (WCRC). Een bewonersraad die in het afgelopen decennium actie heeft gevoerd tegen de zogenaamde Black Local Authorities (BLA’s), gevormd onder de vorige regering om de zwarte townships hun eigen “gemeenteraad” te geven. Deze BLA’s functioneerden echter als marionetten van de blanke gemeenten en leidden in feite tot een verdere verslechtering van de woonomstandigheden. Naast de strijd tegen de BLA nam de WCRC ook het voortouw in de landinvasies rondom Wattville, bedoeld om de overbevolking van de township enig soulaas te bieden. De nieuw veroverde gebieden kregen later de naam Tamboville, naar de verbannen leider van het ANC, Oliver Tambo, die een tijd lang in Wattville heeft gewoond.
Huisvesting stond hoog op de prioriteitenlijst van de WCRC en dit leidde vorig jaar tot de oprichting van de eerste woningcorporatie in een zwarte woonwijk in Zuid-Afrika. Het bestuur bestond uit zeven WCRC-leden. Begin dit jaar werden twee van deze bestuursleden aangenomen als medewerkers van de WHA. Tijdelijk ontstond zo de situatie dat medewerkers van de corporatie tevens bestuurslid waren van de corporatie. Daaraan is begin dit jaar een einde gekomen en hebben ze hun functie in het bestuur neergelegd. Beiden zijn nog wel lid van de “executive committee” van de WCRC.
Als ik generaliseer, en dat doe ik maar even tegen beter weten in, is een van de grootste problemen dat men om moet schakelen van “de problemen van vandaag” naar “de problemen van morgen”. Het is een behoorlijke verandering wanneer men gisteren nog actie voerde tegen de slechte woontoestanden en vandaag verantwoordelijk is om die woontoestanden te verbeteren. “Voor het volk, door het volk” is een fraaie filosofie, maar soms twijfel ik of “door het volk” wel terecht is. Eerlijkheid gebied me te zeggen dat er op dit moment weinig mensen in Zuid-Afrika zijn die met de R 15.000 subsidie van de overheid de volkshuisvesting op een hoger niveau kunnen tillen.
Volkshuisvesting bedrijven in Zuid-Afrika is simpel. Je gaat naar de overheid en je vertelt dat je minder dan R 800 per maand verdiend. Even later loop je met R 15.000 op zak en kun je beginnen aan je woning. Vervelend is het dat een redelijke woning R 24.000 kost en dat je ook de aanleg van water, riolering en wegen zelf moet betalen. Helaas is het niet mogelijk om geld te lenen bij de bank en mocht dat onverhoopt wel lukken dan betaal je een rente van boven de 20%. Toch is de Zuidafrikaanse overheid van mening dat dit de weg is die moet worden bewandeld. In de vergaande democratisering die in dit land plaatsvindt is de onderliggende filosofie dat alle activiteiten “community driven” moeten zijn. Dat dit in de praktijk betekent dat er de afgelopen jaren minder huizen zijn gebouwd dan onder het apartheidsregime schijnt daaraan geen afbreuk te doen.
Ook in Wattville is deze filosofie tot op heden toegepast. De Wattville Housing Association (WHA) is opgericht door de lokale bewonersraad, de Wattville Concerned Residents Committee (WCRC). Een bewonersraad die in het afgelopen decennium actie heeft gevoerd tegen de zogenaamde Black Local Authorities (BLA’s), gevormd onder de vorige regering om de zwarte townships hun eigen “gemeenteraad” te geven. Deze BLA’s functioneerden echter als marionetten van de blanke gemeenten en leidden in feite tot een verdere verslechtering van de woonomstandigheden. Naast de strijd tegen de BLA nam de WCRC ook het voortouw in de landinvasies rondom Wattville, bedoeld om de overbevolking van de township enig soulaas te bieden. De nieuw veroverde gebieden kregen later de naam Tamboville, naar de verbannen leider van het ANC, Oliver Tambo, die een tijd lang in Wattville heeft gewoond.
Huisvesting stond hoog op de prioriteitenlijst van de WCRC en dit leidde vorig jaar tot de oprichting van de eerste woningcorporatie in een zwarte woonwijk in Zuid-Afrika. Het bestuur bestond uit zeven WCRC-leden. Begin dit jaar werden twee van deze bestuursleden aangenomen als medewerkers van de WHA. Tijdelijk ontstond zo de situatie dat medewerkers van de corporatie tevens bestuurslid waren van de corporatie. Daaraan is begin dit jaar een einde gekomen en hebben ze hun functie in het bestuur neergelegd. Beiden zijn nog wel lid van de “executive committee” van de WCRC.
Als ik generaliseer, en dat doe ik maar even tegen beter weten in, is een van de grootste problemen dat men om moet schakelen van “de problemen van vandaag” naar “de problemen van morgen”. Het is een behoorlijke verandering wanneer men gisteren nog actie voerde tegen de slechte woontoestanden en vandaag verantwoordelijk is om die woontoestanden te verbeteren. “Voor het volk, door het volk” is een fraaie filosofie, maar soms twijfel ik of “door het volk” wel terecht is. Eerlijkheid gebied me te zeggen dat er op dit moment weinig mensen in Zuid-Afrika zijn die met de R 15.000 subsidie van de overheid de volkshuisvesting op een hoger niveau kunnen tillen.
zondag 21 maart 2010
Zuid Afrika 1996 (16)
Kameraden in de strijd
De bazen zijn op bezoek. Politietanks met zwaailichten staan op strategische plekken in de township. Het bezoek is pas een dag van tevoren bekend gemaakt. Toch zijn de veiligheidsmaatregelen indrukwekkend. Rond het graf van Oliver Tambo staan de mensen al klaar met Zuidafrikaanse vlaggetjes. Het koor is al aan het zingen. Dan komt een grote stoet auto’s het kerkhof oprijden. De menigte joelt. Uit de statige Mercedes stappen Tokyo Sexwale (spreek uit als Segwale), de premier van de provincie Gauteng, en Sam Nujoma, president van Namibië. Ook Walter Sisulu is aanwezig. De volksliederen worden gezongen. Weer krijg ik kippevel van het volkslied van Zuid-Afrika. Dan legt de president een krans op het graf en houdt een korte toespraak. Een bescheiden applaus volgt. Vervolgens komt Tokyo op het podium, heft zijn vuist in de lucht en roept “Amandla”. Het publiek reageert onmiddellijk op deze ANC-strijdkreet en antwoordt met “Ngawethu”. De mensen naast me, ouderen, moeders met kinderen op de rug gebonden en werkers, waren eerst rustig en timide, maar stralen nu een felheid uit die me beangstigt. De premier benadrukt de kameraadschap tussen “comrade” Sam en “comrade” Oliver Tambo. Een kameraadschap die zich uitstrekt tussen de presidenten van beide landen en tussen de volkeren van beide landen. Zijn toespraak wordt nogmaals besloten met de kreet “Amandla”.
Aan het slot van de plechtigheid houdt een priester een kort gebed. De mensen naast me nemen hun hoofddeksels af en buigen devoot het hoofd. Na het gebed snellen de hoogwaardigheidsbekleders in de auto’s richting het stadhuis van Benoni waar een kopje thee zal worden genuttigd. Het kopje thee lijkt wel een ritueel in dit land. Als er bezoek uit het buitenland komt, drinkt president Mandela steevast een kopje thee met ze.
Vincent zegt dat hij ook naar Benoni gaat en vraagt of ik meega. In mijn auto spoeden we ons naar het stadhuis. We zijn niet de enige gasten. Velen zijn uit Wattville met taxi’s gekomen en doen zich nu tegoed aan de thee, sterke drank (dus dat bedoelen ze) en smakelijke hapjes. Ondertussen biedt de burgemeester kameraad Sam Nujoma een presentje van de stad aan. De president op zijn beurt geeft een boek over Namibië. Ik loop wat rond en wordt door Vincent aan een aantal mensen voorgesteld. Het verbaast me dat ik hier zonder enig probleem rondloop. Geen controle bij de ingang en een zeer gemoedelijke sfeer binnen. Natuurlijk lopen er rond de president en de premier een indrukwekkende hoeveelheid bodyguards, maar verder..... Zijn we dan toch allemaal kameraden in de strijd voor een beter Zuidelijk Afrika.
De bazen zijn op bezoek. Politietanks met zwaailichten staan op strategische plekken in de township. Het bezoek is pas een dag van tevoren bekend gemaakt. Toch zijn de veiligheidsmaatregelen indrukwekkend. Rond het graf van Oliver Tambo staan de mensen al klaar met Zuidafrikaanse vlaggetjes. Het koor is al aan het zingen. Dan komt een grote stoet auto’s het kerkhof oprijden. De menigte joelt. Uit de statige Mercedes stappen Tokyo Sexwale (spreek uit als Segwale), de premier van de provincie Gauteng, en Sam Nujoma, president van Namibië. Ook Walter Sisulu is aanwezig. De volksliederen worden gezongen. Weer krijg ik kippevel van het volkslied van Zuid-Afrika. Dan legt de president een krans op het graf en houdt een korte toespraak. Een bescheiden applaus volgt. Vervolgens komt Tokyo op het podium, heft zijn vuist in de lucht en roept “Amandla”. Het publiek reageert onmiddellijk op deze ANC-strijdkreet en antwoordt met “Ngawethu”. De mensen naast me, ouderen, moeders met kinderen op de rug gebonden en werkers, waren eerst rustig en timide, maar stralen nu een felheid uit die me beangstigt. De premier benadrukt de kameraadschap tussen “comrade” Sam en “comrade” Oliver Tambo. Een kameraadschap die zich uitstrekt tussen de presidenten van beide landen en tussen de volkeren van beide landen. Zijn toespraak wordt nogmaals besloten met de kreet “Amandla”.
Aan het slot van de plechtigheid houdt een priester een kort gebed. De mensen naast me nemen hun hoofddeksels af en buigen devoot het hoofd. Na het gebed snellen de hoogwaardigheidsbekleders in de auto’s richting het stadhuis van Benoni waar een kopje thee zal worden genuttigd. Het kopje thee lijkt wel een ritueel in dit land. Als er bezoek uit het buitenland komt, drinkt president Mandela steevast een kopje thee met ze.
Vincent zegt dat hij ook naar Benoni gaat en vraagt of ik meega. In mijn auto spoeden we ons naar het stadhuis. We zijn niet de enige gasten. Velen zijn uit Wattville met taxi’s gekomen en doen zich nu tegoed aan de thee, sterke drank (dus dat bedoelen ze) en smakelijke hapjes. Ondertussen biedt de burgemeester kameraad Sam Nujoma een presentje van de stad aan. De president op zijn beurt geeft een boek over Namibië. Ik loop wat rond en wordt door Vincent aan een aantal mensen voorgesteld. Het verbaast me dat ik hier zonder enig probleem rondloop. Geen controle bij de ingang en een zeer gemoedelijke sfeer binnen. Natuurlijk lopen er rond de president en de premier een indrukwekkende hoeveelheid bodyguards, maar verder..... Zijn we dan toch allemaal kameraden in de strijd voor een beter Zuidelijk Afrika.
vrijdag 19 maart 2010
Zuid Afrika 1996 (15)
De beelden, de geuren en het besef
De bazen zijn op bezoek. Glimlachend staan ze die ochtend te wachten bij het hotel. Vandaag staat een bezoek gepland aan de township Wattville. In de auto praten we nog wat over de afgelopen dagen. Na drie kwartier komen bij de afslag aan. De autogordels gaan hier af, een ongeschreven wet als je in een township rijdt. Vraag me niet waarom, maar wellicht geeft het een signaal dat je je veilig voelt. We rijden langs Mamkele street. Rechts van ons ligt een vuilnisbelt waarop kinderen op blote voeten nog wat waardevols zoeken. Ook staan hier zeer armoedige krotten. Links staan stenen huizen, waarbij sommige zelfs fraai afgewerkt en met garage. Langs de weg lopen mensen met boodschappenwagens met sprokkelhout. Bij de kruising staan de taxibusjes, de meest gevaarlijke voertuigen op de weg in Zuid-Afrika. We slaan rechtsaf en passeren een begraafplaats. In een weiland staat een felgroene moskee. We stoppen bij het kantoor. Alleen Gladys is aanwezig en ik stel haar voor aan Dick en Renée. Even later komt Arie met Nico, Jeanne en Willy. Het duurt niet lang of ook Vincent arriveert. Eerst brengen we een bezoek aan de in aanbouw zijnde crèche. Een groot deel van de bouwvakkers zijn vrouwen. Ze zijn duidelijk onder de indruk van de grote Hollandse belangstelling. Er ontstaat enige hilariteit wanneer twee bouwvakkers voor een soort huwelijksfoto poseren. Even later zal ook Dick samen met een bouwvakster op de foto gaan, onder luide aanmoedigingen van de omstanders.
Binnen in het kantoor vertelt Vincent over de geschiedenis van de township, de Wattville Concerned Residents Committee (een soort bewonersorganisatie), de landinvasies en de woningcorporatie. Gladys wil koffiezetten, maar vandaag is er geen water. Dus wordt er maar cola gedronken. Musa, een van de bestuursleden van de corporatie, is ondertussen ook gearriveerd. Ik stap samen met Dick en Vincent in zijn auto en we rijden richting Lakeview, een van de wijken van de township. Hier staan zeer armoedige krotten. Ook is hier sprake van “squatters”, die zich illegaal in de township hebben gevestigd. Het zijn voornamelijk Inkatha-aanhangers, met de bedoeling voor de volgende lokale verkiezingen een groter aandeel in de gemeenteraad te krijgen. We lopen langs de krotten en spreken met enkele bewoners. Ondertussen zwermen de kinderen om ons heen en roepen in hun enige Engels constant “How are you?”.
We rijden weer verder en komen bij het huis van Vincent. Hij woont in een typisch townshiphuis van grijs beton. Weinig franje, maar tenminste water en elektriciteit. Riolering ontbreekt nog. De weg voor zijn huis is een eenvoudige zandweg met grote gaten door de regen van de afgelopen maanden. Tegenover zijn huis staan weer krotten. De bewoners komen bij Vincent water halen om te koken en te wassen.
Tenslotte bezoeken we het project van de woningcorporatie in Tamboville II. Hier zijn 46 woningen gerealiseerd met geld van de Franse overheid. De huizen zijn niet groot en hebben vooralsnog geen water, elektriciteit en riolering. Achter de huizen zijn vaak krotten gebouwd die dienen als extra kamers of die worden onderverhuurd aan andere bewoners. We bezoeken een van de betere huizen. Hier staat fraai meubilair en is zeker geen afspiegeling van het gemiddelde huis in de straat. We blijven er maar kort en rijden weer terug naar het kantoor. Dick is gaandeweg de ochtend steeds stiller geworden, duidelijk onder de indruk van de beelden en de geuren van de afgelopen uren. Het besef dat achter de glimlach en de levenslust van de mensen een in veel gevallen uitzichtloos bestaan ligt, is dan ook om stil van te worden. De omvang van de problemen in dit land is ook zo groot.
De bazen zijn op bezoek. Glimlachend staan ze die ochtend te wachten bij het hotel. Vandaag staat een bezoek gepland aan de township Wattville. In de auto praten we nog wat over de afgelopen dagen. Na drie kwartier komen bij de afslag aan. De autogordels gaan hier af, een ongeschreven wet als je in een township rijdt. Vraag me niet waarom, maar wellicht geeft het een signaal dat je je veilig voelt. We rijden langs Mamkele street. Rechts van ons ligt een vuilnisbelt waarop kinderen op blote voeten nog wat waardevols zoeken. Ook staan hier zeer armoedige krotten. Links staan stenen huizen, waarbij sommige zelfs fraai afgewerkt en met garage. Langs de weg lopen mensen met boodschappenwagens met sprokkelhout. Bij de kruising staan de taxibusjes, de meest gevaarlijke voertuigen op de weg in Zuid-Afrika. We slaan rechtsaf en passeren een begraafplaats. In een weiland staat een felgroene moskee. We stoppen bij het kantoor. Alleen Gladys is aanwezig en ik stel haar voor aan Dick en Renée. Even later komt Arie met Nico, Jeanne en Willy. Het duurt niet lang of ook Vincent arriveert. Eerst brengen we een bezoek aan de in aanbouw zijnde crèche. Een groot deel van de bouwvakkers zijn vrouwen. Ze zijn duidelijk onder de indruk van de grote Hollandse belangstelling. Er ontstaat enige hilariteit wanneer twee bouwvakkers voor een soort huwelijksfoto poseren. Even later zal ook Dick samen met een bouwvakster op de foto gaan, onder luide aanmoedigingen van de omstanders.
Binnen in het kantoor vertelt Vincent over de geschiedenis van de township, de Wattville Concerned Residents Committee (een soort bewonersorganisatie), de landinvasies en de woningcorporatie. Gladys wil koffiezetten, maar vandaag is er geen water. Dus wordt er maar cola gedronken. Musa, een van de bestuursleden van de corporatie, is ondertussen ook gearriveerd. Ik stap samen met Dick en Vincent in zijn auto en we rijden richting Lakeview, een van de wijken van de township. Hier staan zeer armoedige krotten. Ook is hier sprake van “squatters”, die zich illegaal in de township hebben gevestigd. Het zijn voornamelijk Inkatha-aanhangers, met de bedoeling voor de volgende lokale verkiezingen een groter aandeel in de gemeenteraad te krijgen. We lopen langs de krotten en spreken met enkele bewoners. Ondertussen zwermen de kinderen om ons heen en roepen in hun enige Engels constant “How are you?”.
We rijden weer verder en komen bij het huis van Vincent. Hij woont in een typisch townshiphuis van grijs beton. Weinig franje, maar tenminste water en elektriciteit. Riolering ontbreekt nog. De weg voor zijn huis is een eenvoudige zandweg met grote gaten door de regen van de afgelopen maanden. Tegenover zijn huis staan weer krotten. De bewoners komen bij Vincent water halen om te koken en te wassen.
Tenslotte bezoeken we het project van de woningcorporatie in Tamboville II. Hier zijn 46 woningen gerealiseerd met geld van de Franse overheid. De huizen zijn niet groot en hebben vooralsnog geen water, elektriciteit en riolering. Achter de huizen zijn vaak krotten gebouwd die dienen als extra kamers of die worden onderverhuurd aan andere bewoners. We bezoeken een van de betere huizen. Hier staat fraai meubilair en is zeker geen afspiegeling van het gemiddelde huis in de straat. We blijven er maar kort en rijden weer terug naar het kantoor. Dick is gaandeweg de ochtend steeds stiller geworden, duidelijk onder de indruk van de beelden en de geuren van de afgelopen uren. Het besef dat achter de glimlach en de levenslust van de mensen een in veel gevallen uitzichtloos bestaan ligt, is dan ook om stil van te worden. De omvang van de problemen in dit land is ook zo groot.
Abonneren op:
Posts (Atom)
